De Zulte en hoe zat dat ook alweer met de zee?

Het gebied waarin we brinkgehucht aantreffen, is natuurlijk een behoorlijk stuk ouder dan de periode die in de vorige artikelen beschreven werden. Veel van het verleden van dit specifiek gebied is nooit beschreven en zal ook altijd wel een gedeelte speculatie blijven. Doordat het gebied ook nog eens redelijk onbekend is bij veel inwoners van het dorp Roden en de aanwezigheid van monniken in de omgeving van het noordwestelijk gelegen Terheijl, ontstaan er de meest vreemde verhalen over het gebied, die we het beste met een korreltje zout kunnen nemen. Zout is dan ook weer zoiets, dat in de verhalen regelmatig terugkeert. Zo wordt de naam van het buurtschap de Zulte en indirect het Leekstermeer, dat in het verleden ook wel het Zultermeer genoemd werd, ook constant in verband gebracht met natriumchloride (NaCl). Of beter gezegd, de link met zeezout duikt regelmatig op in de verhalen.

  Zeezout, dat bestaat uit calciumchloride (CaCl2), magnesiumbromide (MgBr2), magnesiumchloride (MgCl2), natriumchloride (NaCl) en natriumsulfaat (Na2SO4), en voorkomt in het zeewater. Een veel gehoorde opvatting is dat de naam verwijst naar verleden, toen de zee veel invloed in dit gebied zou hebben gehad. De vondst van zowel schelpen als zeezout tijdens grondboringen in de wijde omgeving van het dorp Roden zouden deze theorie ondersteunen. Daarnaast zou het woord “zilt”, dat verwijst naar het zoutgehalte in het zeewater, aan de grondslag van de naam de Zulte (zilte) hebben gelegen. Een andere verklaring die mij werd aangereikt, was dat het Leekstermeer in een heel ver verleden deel moet hebben uitgemaakt van de voormalige Lauwerszee, het huidige Lauwersmeer.

  Daarnaast speelt mee in de  verhalen  over dat  de zee  hier  zijn invloed  had  laten merken  en  dat deze tot ver in de negentiende eeuw voor eb en vloed in de stad Groninger grachten en kanalen had gezorgd. Dit was pas voorbij, toen in 1877 de twee zeesluizen bij Zoutkamp gereed kwamen en het Reitdiep geen directe verbinding meer met de zee had. De wens van hoe het er hier vroeger uit moet hebben gezien, begint dan als snel de vader van de gedachte worden en dat resulteert op zijn beurt weer in de meest vreemde verhalen.

  Een andere verklaring, die eveneens zou moeten wijzen naar de aanwezigheid van zeewater in het gebied, is de oude naam van de J. P. Santeeweg. Aan het begin van de negentiende eeuw heette de weg nog de Leekster Dyk. Waarbij het woordje ‘Dyk‘ zou moeten verwijzen naar een dijk, die in dit geval het zeewater zou moeten beletten om het buurtschap de Zulte te overspoelen. Echter, het woord ‘Dyk‘ of ‘Dijk‘ werd ook gebruikt voor een verhoging in natte gebieden waarop zich een pad of weg bevond. En erg verbazingwekkend is dit dan ook niet, gezien de toestand van het gebied toen deze weg werd aangelegd. Immers, een groot gedeelte van het gebied ten noorden en noordwesten van het dorp Roden bestond destijds uit een enorm groot en nat heideveld.

De voormalige Leekster Dyk op een kadastrale kaart uit 1832. Tegenwoordig heet de weg richting Nietap de J. P. Santeeweg.

  De oorzaak hiervan kunnen we naar mijn mening zoeken in het onbekende van dit gebied. Zijn van veel gebieden rondom het dorp Roden nog enigszins betrouwbare bronnen te vinden, over het gebied waarin de Zulthe vandaag de dag ligt, is dit niet het geval. Kortom; er bestaat hier en daar nogal wat verwarring en onduidelijkheid over de naamgeving van het gebied.

  De meest aannemelijke theorie over de naam van het oude buurtschap de Zulte, lijkt mij toch die van Professor dr. Maurits Gysseling (1919-1997). Gysseling houdt rekening met de oudere schrijfvorm Sulta, een Germaans verzamelwoord, dat voor modderig gebied staat. Gezien de toestand van het gebied tot ver in de twintigste eeuw, is dit toch wel een zeer aannemelijke theorie. Door de vrijwel waterdichte laag die de taaie potklei in combinatie met de keileem in dit gebied heeft gevormd, bestaat er hier vrijwel alleen maar een horizontale afvoer van water. Hierdoor wordt de bovenlaag zeer drassig en kan dit op veel plaatsen ook heel lang blijven.

  En toch, het idee dat de zee zijn invloed in de omgeving van zowel het buurtschap als bij het Leekstermeer achter heeft gelaten, niet zo raar. Immers, tot ver in de zestiger jaren waren de invloeden van eb en vloed merkbaar in het grondwater onder de stad Groningen. Echter, voor een duidelijk merkbare invloed van het zeewater in het gebied, moeten we een behoorlijk eind teruggaan in de tijd. Op zich zijn de vondsten van fossiele schelpdieren en lagen zeezout tijdens grondboringen in de bodem rondom het rustige Noord-Drentse Roden niet zo enorm verrassend en verbazingwekkend als het op het eerste gezicht mag lijken.

Een andere verklaring voor het aantreffen van zoutsporen in sloten nabij weilanden in de omgeving van de huidige de Zulthe is deze, dat de resten van vrijwel geheel opgebruikte likstenen, ook wel zoutstenen genoemd, door de eigenaar destijds hier gedumpt werden.