Met een luide, ijzige kreet stortte het grote lijf op de grond, zuchtte diep en na een paar stuiptrekkingen, verstijfde het gigantisch lichaam en zou nooit weer bewegen. Heel snel stortten de groep jagende neanderthalers (Homo neanderthalensis) zich op het nog warme karkas van een zo juist gedode Europese bosolifant (Palaeoloxodon antiquus), die de pech had om op de verkeerde tijd en de meest foute plaats zich te bevinden zo’n 400.000 jaren geleden tijdens een warmere periode in het geologisch tijdvak Holsteinien.

Of dit tafereel ook in het gebied rondom de Zulte in het holsteinien ook plaatsgevonden heeft is vandaag de dag moeilijk te achterhalen. Het gebied zag er destijds heel anders uit dan heden ten dage en de sporen van een dergelijke slachtpartij zouden dan naar alle waarschijnlijkheid door de gletsjer tijdens de opvolgende ijstijd, het saalien, zo verstoord zijn dat er vrijwel niets van het gebeuren terug te vinden zal zijn.
Maar toch is het niet geheel onvoorstelbaar dat de afstammelingen van één van grootste olifanten die ooit hebben geleefd op dit gedeelte van de wereld, hier in het gebied van de huidige Zulte voor zijn gekomen en bejaagd werden door onder andere de hier voorkomende neanderthalers. Dat er in het gebied nabij de es Kostverloren gereedschappen van vuursteen gebruikt zijn, blijkt uit de recente opgravingen die hier hebben plaatsgevonden in het kader van de geplande woningbouw. Het spreekt voor zich dat het hier gevonden vuurstenen gereedschap niet door de neanderthalers, maar naar alle waarschijnlijkheid door de moderne mens zo’n vijftigduizend jaren geleden is gemaakt.

Door zijn formaat, een mannelijk exemplaar van de Europese bosolifant ook wel stier genoemd, bezat een schouderhoogte van ongeveer 4,20 meter en kon wel 11 ton (11.000 kilo!) zwaar worden, waren het behoorlijke tegenstanders waar niet mee te spotten viel (1). Waarschijnlijk leefden de Europese bosolifanten in kuddes en trokken ze door de bosrijke gebieden in wat tegenwoordig Noord-Nederland heet.
Sporen op botten van bosolifanten die ruim 150.000 jaar geleden werden gedood, tonen aan dat er met vuurstenen gereedschap vrijwel al het vet en vlees werd gehaald door middel van schrapen. Volgens wetenschappers kon het vlees van 1 olifant ongeveer honderd mensen een maandlang hebben kunnen voeden (2). Volgens de wetenschappers bestonden de groepen neanderthalers echter uit zo’n 25 personen en hadden deze drie tot vijf dagen nodig om het vlees van een dier te halen. Dat men op de botten van de olifanten vrijwel geen sporen heeft aangetroffen van aas-etende roofdieren laat zien dat ze grondig te werk gingen.

Mochten er echter neanderthalers in het gebied op dieren hebben gejaagd met wapens die van lokaal gevonden vuurstenen waren vervaardigd, dan zal dit naar alle waarschijnlijkheid in de periode plaats hebben gevonden tussen het saalien (238.000 tot 126.000 jaar geleden) en het weichselien (116 tot 11,7 duizend jaar geleden). In enkele keileemlagen op sommige plaatsen in de Zulte zitten enorm veel vuurstenen. De vuurstenen die na het weichselien gevonden werden, waren zo door de zeer strenge vorst aangetast, dat deze vrijwel niet meer gebruikt konden worden.
(1) Europäischer Waldelefant (https://de.wikipedia.org/wiki/Europ%C3%A4ischer_Waldelefant)
(2) Clare Wilson – Neanderthalers slachtten gigantische olifanten (https://www.newscientist.nl/nieuws/neanderthalers-slachtten-gigantische-olifanten/)