De Germanen arriveren in de Zulte.

Het is niet geheel bekend wanneer de eerste brinken in de omgeving van het dorp Roden zijn ontstaan, maar waarschijnlijk verschenen de eerste brinkachtige nederzettingen in de tijd van de oude Germanen, de periode tussen 500 en 700 na Christus. Het is niet onvoorstelbaar dat de brink van het esgehucht de Zulte rond die tijd ontstaan is en sindsdien verder is ontwikkeld. De vondst van restanten van een boerderij nabij de es Kostverloren, waarvan één van de archeologen schat dat deze uit het jaar 800 na Christus stamt, geeft aan dat er vlakbij de brink al boerenactiviteiten plaats hebben gevonden. 

Op zo’n 60 centimeter diepte werden door archeologen sporen gevonden van een boerderij die uit de periode 800 na Christus schijnt te stammen. De sporen zijn duidelijk zichtbaar in het lichte zand.

Doordat het gebied rondom het esgehucht de Zulte zich aan het einde van het Drents Plateau bevindt, zal dit op de nieuwe bewoners een grote aantrekkingskracht hebben gehad om hier te blijven. De sporen van de laatste ijstijden, het Saalien (238.000 tot 126.000 jaren geleden) en het Weichselien (116 tot 11,7 duizend jaar geleden), hadden er hiervoor gezorgd dat het gebied deels met een redelijk vruchtbaar leemhoudende bodem was bedekt. Daarnaast hadden zich op de oplopende heuvels enorm grote bossen gevormd en waren er op de lagergelegen delen uitgestrekte heidevelden ontstaan. 

Op deze afbeelding zijn de sporen van de oude boerderij ook goed zichtbaar in het gele zand. Waarschijnlijk zal er hier een groot heideveld met enkele bossen hebben gelegen toen de boerderij gebouwd werd. Van de zeer intensieve landbouw tijdens de twintigste eeuw was er toen natuurlijk geen sprake.

De omgeving van het oude esgehucht zag er dus destijds heel anders uit dan vandaag de dag het geval is en het is amper nog voor te stellen hoe het hier zo’n 1500 jaren geleden uit heeft gezien. De nabijheid van de redelijk open ruimten tussen de bossen, de vruchtbare grond en de aanwezigheid van een kleine beek, zorgden dus voor een grote aantrekkelijkheid voor de Germanen die hier aankwamen. Ze hoefden hier geen strijd te voeren of land te veroveren, maar arriveerden hier als rustige nederzetters om hier te gaan wonen en werken. 

Zo zou het er in de periode 500 tot 700 na Christus in de Zulte hebben uit kunnen zien. De eerste Germaanse boeren die met hun gezin hier voorzichtig een nederzetting waren begonnen. Het is vandaag de dag nog amper voor te stellen hoe het hier in die tijd er moet hebben gezien (afbeelding: Bloeitijd boeren in Twente en Achterhoek door samenwerking (https://www.tubantia.nl/overig/bloeitijd-boeren-in-twente-en-achterhoek-door-samenwerking~a2dbd3df/).

Waarschijnlijk zal de omgeving ten oosten van de plaats waar de brink ontstond niet ideaal geweest zijn om een nederzetting te bouwen. In die tijd was het Groot Noordholt een enorm groot oerbos van tientallen vierkante kilometers waar onder andere wolven en beren voorkwamen, niet de meest vriendelijke buren die je destijds als boer kon wensen, waardoor de vroege bewoners genoodzaakt waren om op plaatsen te gaan wonen waar men zich en hun dieren tegen deze rovers kon verweren. Nee, dan was één van de bosranden van de kleinere bossen nabij de beek een geschikte plaats om enkele hutten in onregelmatige groepen van elkaar neer te zetten en zoiets van een vroege brink te vormen. 

Een mooi voorbeeld van hoe de boerderijen van de Germaanse boeren er destijds uit zou hebben kunnen zien op de plaats waar de brink eens werd gevormd (bron: http://preken.mobi/ ).

Het ontstaan van de brink, een ruimte van agrarische oorsprong dat bij het typische esdorpenlandschap hoort, gebeurde min of meer doordat er een vorm van bebouwing omheen plaatsvond. Deze ruimte, ook wel brinkruimte genoemd, kon tal van functies bezitten die van plaats tot plaats verschilde van een sociale ontmoetingsplek tot bijvoorbeeld een verzamelplaats voor het vee. Daarnaast werden er op veel brinkruimten eiken aangeplant voor het leveren van hout en eikels voor de varkens. 

Met een klein beetje fantasie had de vroege brink er in de laat-Germaanse tijd er zo uit kunnen zien. Het blijft vanzelfsprekend slechts een vermoeden van hoe het een en ander eruit zag, maar geheel onwaarschijnlijk is dit toch niet (afbeelding: Archeologie op de Kaart – Denekamp – Een Germaans dorp. (https://www.archeologieopdekaart.nl/).

Een ander en niet onbelangrijk aspect in de ontwikkeling van de vroege brink en de directe omgeving was toch wel de levensduur van een vroege boerderij. Onderhoud zoals wij dat heden ten dage kennen bestond nog niet en daardoor werd de houdbaarheid van een woning zeer beperkt. Vaak was het huis na zo’n dertig jaar volledig af en zakte het in elkaar. Doorgaans werd op de plaats naast de oude boerderij een nieuwe gebouwd met materialen onder andere afkomstig van de oude woning. De nieuwe materialen werden in de directe omgeving gewonnen in bijvoorbeeld de nabijgelegen bossen. 

Zo zag men een oud-Germaans huis in het midden van de twintigste eeuw zoals deze in de provincie Drenthe voorkwam. Waarschijnlijk mogen deze worden beschouwd als de voorlopers van het Saksische boerenhuis, dat zozeer het karakter van het latere Drentse esgehucht bepaalde. (afbeelding: Mr A. Klein – De Drentse dorpen 1948, J. A. Boom & Zoon Uitgevers Meppel. Pag. 47 illustratie van Y. S. Dijkstra).

Door de eeuwenlange redelijk geïsoleerde ligging van het zuiver agrarische esgehucht waar aanvankelijk niet anders dan een paar boeren woonden, zullen voor de nodige klussen ook gewoon boeren zich ingezet hebben. Beroepen zoals een smid of een timmerman zullen zij naast het boerenleven vervuld hebben. De Zulte was dan ook bij uitstek een boerengehucht. 

Vermoedelijk zal het aantal boerderijen rondom de vroege brink vrijwel hetzelfde geweest zijn en schommelde het zo rond de zes á zeven woningen waarin één of meer gezinnen woonden. Iets buiten de brink hebben ook de nodige boerderijen gestaan en zijn deze in de loop der tijd niet weer herbouwd. Sporen van oude boerderij uit de twaalfde eeuw zijn gevonden op het meest zuidelijke deel van de es Kostverloren. 

Restanten van een muur opgebouwd uit veldkeien in de grond van de es Kostverloren die uit de twaalfde eeuw zouden kunnen stammen. Links van de oude muur is de potklei duidelijk zichtbaar. Veel van deze veldkeien zullen de vroege boeren hier hebben verzameld. In de laag keileem die tijdens het Saalien door de gletsjers hier achtergelaten is, zaten zeer veel stenen waaronder dus de gebruikte veldkeien.

Giganten in de Zulte.

Met een luide, ijzige kreet stortte het grote lijf op de grond, zuchtte diep en na een paar stuiptrekkingen, verstijfde het gigantisch lichaam en zou nooit weer bewegen. Heel snel stortten de groep jagende neanderthalers (Homo neanderthalensis) zich op het nog warme karkas van een zo juist gedode Europese bosolifant (Palaeoloxodon antiquus), die de pech had om op de verkeerde tijd en de meest foute plaats zich te bevinden zo’n 400.000 jaren geleden tijdens een warmere periode in het geologisch tijdvak Holsteinien. 

Noord-Europa ruim 465 tot 418 duizend jaar geleden tijdens het glaciaal Elsterien, toen enorme ijsgletsjers grote stukken land bedekten met sneeuw en ijs (afbeelding: Geschenk der Gletscher – Wie die Eiszeiten Europa formten https://www.ndr.de/fernsehen/programm/epg/Geschenk-der-Gletscher-Wie-die-Eiszeiten-Europa-formten,sendung1499796.html#:~:text=Vor%20etwa%20450.000%20Jahren%20wurde,nicht%20denkbar%20ohne%20die%20Eiszeiten Donnerstag, 26. Dezember 2024).

Of dit tafereel ook in het gebied rondom de Zulte in het holsteinien ook plaatsgevonden heeft is vandaag de dag moeilijk te achterhalen. Het gebied zag er destijds heel anders uit dan heden ten dage en de sporen van een dergelijke slachtpartij zouden dan naar alle waarschijnlijkheid door de gletsjer tijdens de opvolgende ijstijd, het saalien, zo verstoord zijn dat er vrijwel niets van het gebeuren terug te vinden zal zijn. 

Maar toch is het niet geheel onvoorstelbaar dat de afstammelingen van één van grootste olifanten die ooit hebben geleefd op dit gedeelte van de wereld, hier in het gebied van de huidige Zulte voor zijn gekomen en bejaagd werden door onder andere de hier voorkomende neanderthalers. Dat er in het gebied nabij de es Kostverloren gereedschappen van vuursteen gebruikt zijn, blijkt uit de recente opgravingen die hier hebben plaatsgevonden in het kader van de geplande woningbouw. Het spreekt voor zich dat het hier gevonden vuurstenen gereedschap niet door de neanderthalers, maar naar alle waarschijnlijkheid door de moderne mens zo’n vijftigduizend jaren geleden is gemaakt. 

Een afbeelding van een Europese bosolifant of Euraziatische oude olifant (Palaeoloxodon antiquus, voorheen ook Elephas antiquus genoemd) zoals deze in het landschap voorkwam, dat later de Zulte zou gaan heten. (afbeelding: Geschenk der Gletscher – Wie die Eiszeiten Europa formten https://www.ndr.de/fernsehen/programm/epg/Geschenk-der-Gletscher-Wie-die-Eiszeiten-Europa-formten,sendung1499796.html#:~:text=Vor%20etwa%20450.000%20Jahren%20wurde,nicht%20denkbar%20ohne%20die%20Eiszeiten Donnerstag, 26. Dezember 2024).

Door zijn formaat, een mannelijk exemplaar van de Europese bosolifant ook wel stier genoemd, bezat een schouderhoogte van ongeveer 4,20 meter en kon wel 11 ton (11.000 kilo!) zwaar worden, waren het behoorlijke tegenstanders waar niet mee te spotten viel (1). Waarschijnlijk leefden de Europese bosolifanten in kuddes en trokken ze door de bosrijke gebieden in wat tegenwoordig Noord-Nederland heet. 

Sporen op botten van bosolifanten die ruim 150.000 jaar geleden werden gedood, tonen aan dat er met vuurstenen gereedschap vrijwel al het vet en vlees werd gehaald door middel van schrapen. Volgens wetenschappers kon het vlees van 1 olifant ongeveer honderd mensen een maandlang hebben kunnen voeden (2). Volgens de wetenschappers bestonden de groepen neanderthalers echter uit zo’n 25 personen en hadden deze drie tot vijf dagen nodig om het vlees van een dier te halen. Dat men op de botten van de olifanten vrijwel geen sporen heeft aangetroffen van aas-etende roofdieren laat zien dat ze grondig te werk gingen.  

Onderzoeker Sabine Gaudzinski-Windheuser (1,60 meter) naast een gereconstrueerde Euraziatische bosolifant. Beeld: Lutz Kindler/LEIZA (Afbeelding: Neanderthalers slachtten gigantische olifanten https://www.newscientist.nl/nieuws/neanderthalers-slachtten-gigantische-olifanten/).

Mochten er echter neanderthalers in het gebied op dieren hebben gejaagd met wapens die van lokaal gevonden vuurstenen waren vervaardigd, dan zal dit naar alle waarschijnlijkheid in de periode plaats hebben gevonden tussen het saalien (238.000 tot 126.000 jaar geleden) en het weichselien (116 tot 11,7 duizend jaar geleden). In enkele keileemlagen op sommige plaatsen in de Zulte zitten enorm veel vuurstenen. De vuurstenen die na het weichselien gevonden werden, waren zo door de zeer strenge vorst aangetast, dat deze vrijwel niet meer gebruikt konden worden. 

(1) Europäischer Waldelefant (https://de.wikipedia.org/wiki/Europ%C3%A4ischer_Waldelefant

(2) Clare Wilson – Neanderthalers slachtten gigantische olifanten (https://www.newscientist.nl/nieuws/neanderthalers-slachtten-gigantische-olifanten/