De Zulte in het woordenboek.

Toen de op donderdag 7 december 1792 te Amsterdam geboren heer Abraham Jacob van der Aa als Nederlandse letterkundige en lexicograaf in het jaar 1839 zich waagde aan zijn uitdaging om van alle plaatsen in het Nederlands koninkrijk het wetenswaardigste bijeen te brengen, kon hij niet bevroeden hoeveel plezier een aantal bewoners van het koninkrijk zou gaan bezorgen. Nou ja, het kleine gedeelte dat met enige regelmaat met zijn of haar neus in één van de veertien delen van het ‘Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden‘ zit te pluizen om de geschiedenis van een bepaalde plaats of gebeurtenis op te zoeken. 

Ondanks dat zijn 14-delig naslagwerk een goed beeld geeft van hoe het in het Nederland van het midden van de negentiende eeuw eruit moet hebben gezien, zonder de kaarten uit die periode blijft het soms toch behoorlijk gissen waar wat gelegen heeft, of juist niet! Weliswaar was de Kadastrale kaart die de situatie weergaf rond het jaar 1832 behoorlijk betrouwbaar, maar dit was echter eerder een uitzondering dan de regel. 

Op deze uitsnede van een kaart van de Provincie Groningen opgemaakt door. A. Smit van der Vegt, Landmeter bij het Kadaster in het jaar 1837, is in tegenstelling tot de kaarten van het Kadaster, te zien dat deze niet geheel correct was getekend. Zo ligt bijvoorbeeld de Westeinder Weg ten oosten van het dorp Roden, terwijl deze ten westen van Roden lag en naar het huidige dorp Nieuw-Roden liep (bron: Groninger Archieven. Kaart van de Provincie Groningen opgemaakt onder toezigt van G. Acker Stratingh, Med. Doctr. doorI. A. Smit van der Vegt, Landmeter bij het Kadaster, 1837.).

Desondanks dat de kaarten redelijk betrouwbaar waren en van der Aa verreweg de meeste plaatsen die hij beschrijft nooit heeft bezocht, blijft zijn naslagwerk een prachtige handleiding om het een en ander te weten te komen van het gebied in, rondom en ten noordwesten van het voormalig esgehucht de Zulte in de periode tussen de jaren 1839 tot en met 1851. 

Ook op deze uitsnede van de kaart van de Provincie Groningen opgemaakt door. A. Smit van der Vegt, Landmeter bij het Kadaster in het jaar 1837, wordt het stroompje de Zulter Bitse ineens de Winsumer sloot en komt het uit in het Leekstermeer in plaats van het Leekster Hoofddiep. (bron: Groninger Archieven. Kaart van de Provincie Groningen opgemaakt onder toezigt van G. Acker Stratingh, Med. Doctr. doorI. A. Smit van der Vegt, Landmeter bij het Kadaster, 1837.).

Zeker gezien in de tijdgeest van het midden van de negentiende eeuw en eigenlijk alleen de welgestelden, hogescholen en universiteiten zich het konden veroorloven om exemplaren van het Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden aan te schaffen, blijft het een prachtige reis door de tijd. 

Het spreekt voor zich om de alfabetische volgorde aan te houden en dan het eerste het beste artikel te gaan behandelen dat ook maar enigszins iets met de Zulte te maken heeft, maar op een of andere manier vind ik dat toch niet helemaal in het verhaaltje passen en begint het verhaal juist met het dertiende deel van het Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden uit 1851 waar we voormalig esgehucht ten noorden van het dorp Roden tegenkomen. 

Op pagina 329 in het dertiende deel van het Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden uit 1851 komen het voormalig esgehucht tegen. Vanzelfsprekend zonder de ‘h’ aan het eind van de naam die ergens in de jaren dertig van de vorige eeuw door een overijverige ambtenaar aan de naam werd toegevoegd (bron: Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, bijeengebragt door A. J. van der Aa, onder medewerking van eenige Vaderlandsche Geleerden. Dertiende deel. Z. Te Gorinchem, bij Jacobus Noordduyn. 1851. Pagina 329.).

Het voormalig esgehucht ligt volgens het boekwerk in het dingspil van Noordenveld, dat gelegen is in de provincie Drenthe. De Zulte bevindt zich op ruim 4 uren ten noordnoordwesten van de gemeente Assen en op 5 minuten loopafstand noordwestelijk van het dorp Roden. Het gebied dat tot de Zulte werd gerekend was ongeveer 13 hectare groot en er woonden volgens het Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden destijds 80 mensen.

Het in het boek genoemde aantal inwoners van de Zulte klopt vrij aardig, zeker gezien de gegevens die men destijds ter beschikking had. Het exacte aantal bewoners van het esgehucht was na de volkstelling in het jaar 1830 83 personen en tien jaar later bij de volgende volkstelling in 1840 zelfs 86 inwoners, zoals hierboven te zien is (bron: alledrenten.nl. Roden | Bevolkingsregister | 2001.21 | 2 | Gedigitaliseerde bevolkingsregisters van de voormalige gemeente Roden | Volkstelling, 1840).

In dit deel komen wij op pagina 329 naast de Zulte ook het Zultermeer tegen. Het Zultermeer, ook wel Sulte- of Sultermeer genoemd, is natuurlijk het huidige Leekstermeer. Het ondiepe en zeer visrijke meer dankt zijn oorspronkelijke naam aan de vlakke oevers die zeer drassig waren. Meer over het ontstaan en de naamgeving van het gebied kunt u in het artikel Sülte en het moeras’ lezen. 

(bron: Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, bijeengebragt door A. J. van der Aa, onder medewerking van eenige Vaderlandsche Geleerden. Dertiende deel. Z. Te Gorinchem, bij Jacobus Noordduyn. 1851. Pagina 329.).

Dat het Leekstermeer erg ondiep was en zeker voordat het meer geschikt werd gemaakt voor onder andere de pleziervaart, was mij al duidelijk na verhalen die mijn in de Zulte geboren grootvader mij vertelde. Hoe hij met passie vertelde dat hij als bengel aan het begin van de twintigste eeuw van de ene zijde naar de andere zijde van het meer liep, van zuid naar noord, en zijn haren niet nat had gekregen tijdens het lopen. 

De vermelding van het Sulte-meer op pagina 801 van het Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, Tiende deel S uit het jaar 1847 (bron: Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, bijeengebragt door A. J. van der Aa, onder medewerking van eenige Vaderlandsche Geleerden. Tiende deel. S. Te Gorinchem, bij Jacobus Noordduyn. 1847. Pagina 801.).

En als er over de effecten die de eb en vloed op de waterstand moeten hebben gehad volgens enkelen werd gesproken, schudde hij zijn hoofd en zei hij: “Die luu bent niet wies, bent dreumers!”. Van het effect van de zee, daar had hij nooit wat van vernomen, in al die jaren dat hij bij het Leekstermeer kwam. 

De beschrijving van het Leekstermeer in het zevende deel van het Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden. (bron: Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, bijeengebragt door A. J. van der Aa, onder medewerking van eenige Vaderlandsche Geleerden. Zevende deel. L. M. Te Gorinchem, bij Jacobus Noordduyn. 1845. Pagina 98.).

Een ander effect op het ontstaan van het huidige Leekstermeer was het beekje de Leeke, de Leke of de Lek, dat zijn oorsprong had iets onder het gehucht Terheijl, waar het op het toen immens groot natte heideveld ontsprong en het meer van water verzorgde. Later toen het Leekster Hoofddiep rond 1560 werd gegraven in opdracht van Wigbold van Ewsum jr., voor de afwatering en als vaarweg voor turfschepen, kwam deze grotendeels in de bedding van de Leeke te liggen. 

Een pagina eerder in het zevende deel van het Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden komen wij de vermelding van het beekje de Leeke tegen. (bron: Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, bijeengebragt door A. J. van der Aa, onder medewerking van eenige Vaderlandsche Geleerden. Zevende deel. L. M. Te Gorinchem, bij Jacobus Noordduyn. 1845. Pagina 97.).
Op de kaart van A. Smit van der Vegt uit 1837 heet de beek de Lek. (bron: Groninger Archieven. Kaart van de Provincie Groningen opgemaakt onder toezigt van G. Acker Stratingh, Med. Doctr. doorI. A. Smit van der Vegt, Landmeter bij het Kadaster, 1837.).

*Link: Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden Hier kunt alle 14 exemplaren van het Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden downloaden.

De Zulte en hoe zat dat ook alweer met de zee?

Het gebied waarin we brinkgehucht aantreffen, is natuurlijk een behoorlijk stuk ouder dan de periode die in de vorige artikelen beschreven werden. Veel van het verleden van dit specifiek gebied is nooit beschreven en zal ook altijd wel een gedeelte speculatie blijven. Doordat het gebied ook nog eens redelijk onbekend is bij veel inwoners van het dorp Roden en de aanwezigheid van monniken in de omgeving van het noordwestelijk gelegen Terheijl, ontstaan er de meest vreemde verhalen over het gebied, die we het beste met een korreltje zout kunnen nemen. Zout is dan ook weer zoiets, dat in de verhalen regelmatig terugkeert. Zo wordt de naam van het buurtschap de Zulte en indirect het Leekstermeer, dat in het verleden ook wel het Zultermeer genoemd werd, ook constant in verband gebracht met natriumchloride (NaCl). Of beter gezegd, de link met zeezout duikt regelmatig op in de verhalen.

  Zeezout, dat bestaat uit calciumchloride (CaCl2), magnesiumbromide (MgBr2), magnesiumchloride (MgCl2), natriumchloride (NaCl) en natriumsulfaat (Na2SO4), en voorkomt in het zeewater. Een veel gehoorde opvatting is dat de naam verwijst naar verleden, toen de zee veel invloed in dit gebied zou hebben gehad. De vondst van zowel schelpen als zeezout tijdens grondboringen in de wijde omgeving van het dorp Roden zouden deze theorie ondersteunen. Daarnaast zou het woord “zilt”, dat verwijst naar het zoutgehalte in het zeewater, aan de grondslag van de naam de Zulte (zilte) hebben gelegen. Een andere verklaring die mij werd aangereikt, was dat het Leekstermeer in een heel ver verleden deel moet hebben uitgemaakt van de voormalige Lauwerszee, het huidige Lauwersmeer.

  Daarnaast speelt mee in de  verhalen  over dat  de zee  hier  zijn invloed  had  laten merken  en  dat deze tot ver in de negentiende eeuw voor eb en vloed in de stad Groninger grachten en kanalen had gezorgd. Dit was pas voorbij, toen in 1877 de twee zeesluizen bij Zoutkamp gereed kwamen en het Reitdiep geen directe verbinding meer met de zee had. De wens van hoe het er hier vroeger uit moet hebben gezien, begint dan als snel de vader van de gedachte worden en dat resulteert op zijn beurt weer in de meest vreemde verhalen.

  Een andere verklaring, die eveneens zou moeten wijzen naar de aanwezigheid van zeewater in het gebied, is de oude naam van de J. P. Santeeweg. Aan het begin van de negentiende eeuw heette de weg nog de Leekster Dyk. Waarbij het woordje ‘Dyk‘ zou moeten verwijzen naar een dijk, die in dit geval het zeewater zou moeten beletten om het buurtschap de Zulte te overspoelen. Echter, het woord ‘Dyk‘ of ‘Dijk‘ werd ook gebruikt voor een verhoging in natte gebieden waarop zich een pad of weg bevond. En erg verbazingwekkend is dit dan ook niet, gezien de toestand van het gebied toen deze weg werd aangelegd. Immers, een groot gedeelte van het gebied ten noorden en noordwesten van het dorp Roden bestond destijds uit een enorm groot en nat heideveld.

De voormalige Leekster Dyk op een kadastrale kaart uit 1832. Tegenwoordig heet de weg richting Nietap de J. P. Santeeweg.

  De oorzaak hiervan kunnen we naar mijn mening zoeken in het onbekende van dit gebied. Zijn van veel gebieden rondom het dorp Roden nog enigszins betrouwbare bronnen te vinden, over het gebied waarin de Zulthe vandaag de dag ligt, is dit niet het geval. Kortom; er bestaat hier en daar nogal wat verwarring en onduidelijkheid over de naamgeving van het gebied.

  De meest aannemelijke theorie over de naam van het oude buurtschap de Zulte, lijkt mij toch die van Professor dr. Maurits Gysseling (1919-1997). Gysseling houdt rekening met de oudere schrijfvorm Sulta, een Germaans verzamelwoord, dat voor modderig gebied staat. Gezien de toestand van het gebied tot ver in de twintigste eeuw, is dit toch wel een zeer aannemelijke theorie. Door de vrijwel waterdichte laag die de taaie potklei in combinatie met de keileem in dit gebied heeft gevormd, bestaat er hier vrijwel alleen maar een horizontale afvoer van water. Hierdoor wordt de bovenlaag zeer drassig en kan dit op veel plaatsen ook heel lang blijven.

  En toch, het idee dat de zee zijn invloed in de omgeving van zowel het buurtschap als bij het Leekstermeer achter heeft gelaten, niet zo raar. Immers, tot ver in de zestiger jaren waren de invloeden van eb en vloed merkbaar in het grondwater onder de stad Groningen. Echter, voor een duidelijk merkbare invloed van het zeewater in het gebied, moeten we een behoorlijk eind teruggaan in de tijd. Op zich zijn de vondsten van fossiele schelpdieren en lagen zeezout tijdens grondboringen in de bodem rondom het rustige Noord-Drentse Roden niet zo enorm verrassend en verbazingwekkend als het op het eerste gezicht mag lijken.

Een andere verklaring voor het aantreffen van zoutsporen in sloten nabij weilanden in de omgeving van de huidige de Zulthe is deze, dat de resten van vrijwel geheel opgebruikte likstenen, ook wel zoutstenen genoemd, door de eigenaar destijds hier gedumpt werden.