Ebbinges en de Zulte.

Op het moment dat de 71-jarige schilderes Renske Ebbinge haar ogen voor het laatst sloot op die zwoele donderdagavond van de 21e juli 1958, kwam er een eind aan het tijdperk van de Ebbinge’s die zestig jaren eerder door haar vader, Roelof Ebbinge, in de Zulte was gestart. Renske was het jongste van de twee kinderen in gezin van Roelof en Hinderkien Ebbinge en bleef als vrijgezel tot haar dood in het huis wonen. Haar oudere broer Aldert Ebbinge, die het verkopen van het huis in 1958 regelde, overleed acht jaren later op 83-jarige leeftijd in ‘s-Gravenhage. 

Een nors ogende Renske Ebbinge voor haar huis in de Zulte in de jaren ’50 van de vorige eeuw (bron: Drents Archief).

Weliswaar was de naam Ebbinge nu uit dit gedeelte van de Zulte ten noordwesten van Roden verdwenen, maar de familie waaruit deze was voortgekomen bleek meer dan ooit nog in het voormalig esgehucht aanwezig te zijn. De oorsprong vinden wij terug ten zuiden van het naburig plaatsje Peize en om precies te zijn aan de Peijserhorst, de huidige de Horst, waar ene Roelof Brink met zijn vrouw Egberdina Buringe in het huis met het nummer 1 woonde. De landbouwer zou samen met zijn Egberdina 8 kinderen krijgen, waarvan er twee onze aandacht verdienen. 

Hun oudste zoon Roelof, die op zaterdag 24 november 1821 aldaar geboren werd, huwde op de dinsdag 12 juni 1849 met de zeven jaren jongere Janna Luinge, die eveneens uit Peize afkomstig was. Roelof en Janna verlieten op woensdag 1 mei 1850 de gemeente Peize en vertrokken naar de gemeente Eelde, waar hij als akkerbouwer aan de slag ging. Hun zoon Roelf Brink, die op zondag 15 februari 1852 aldaar het eerste levenslicht zag en inmiddels op woensdag 19 juni 1878 te Roden met Aaltien Egberts Aukema was gehuwd, verhuisde op maandag 24 maart 1879 van Eelde naar de Zulte, waar zij in het huis met het nummer 45 kwamen te wonen. Meer over Roelof en Aaltien: Roelof Brink en het gedonder in de Zulte. 

Iets meer dan vier jaren later, op zondag 4 december 1825, wordt dochter Harmtien als derde kind van Roelof en Egberdina Brink aan de Peijserhorst geboren. Harmtien stapt op vrijdag 20 juni 1845 in het huwelijksbootje met de eveneens uit Peize afkomstige en twee jaren oudere Aldert Ebbinge, die op dinsdag 24 juni 1823 was geboren als zoon van de landbouwer Aldert Allerts Ebbinge en zijn vrouw Cathariena Roelofs Mulder. Het prille echtpaar Ebbinge kwam bij de ouders van Aldert inwonen. Het echtpaar krijgt 7 kinderen waarvan hun derde kind, zoon Roelof Ebbinge en geboren op donderdag 9 augustus 1855 te Peize, op vrijdag 27 mei 1881 huwde met de uit Roderwolde afkomstige Hinderkien Egberts Aukema, een jongere zuster van Aaltien Egberts Aukema.  

Afbeelding van de huwelijksakte van de landbouwer Roelof Ebbinge en Hinderkien Aukema (bron: Drents Archief. Bronvermelding: Huwelijksregister Roden 1881, archiefnummer 0166.021, inventarisnummer 1881, aktenummer 16, Gemeente: Roden, Periode: 1881).

De beide meiden waren dochters van Egbert Floris Aukema, zoon van Floris Egberts Aukema, die grote delen van het gebied rondom het dorp Roden in bezit had. Toen in 1832 het Kadaster in werking kwam, werden de eigenaren van zijn percelen inmiddels aangeduid als ‘de kindren van Floris Aukema’. Wederom een verbinding met de Zulte, waar zij ook veel grond bezaten. 

De vermelding van de geboorte van de zoon van Roelof Ebbinge, Aldert Ebbinge, op zaterdag 11 november 1882 in het Geboorteregister van de Gemeente Roden (bron: Drents Archief. Bronvermelding Geboorteregister Roden 1882, archiefnummer 0165.021, inventarisnummer 1882, aktenummer 77, Gemeente: Roden, Periode: 1882).

Het echtpaar Ebbinge vertrekt naar Roderwolde, waar naar ruim anderhalf jaar op woensdag acht november 1882 zoon Aldert geboren werd. Zo’n vier jaren later wordt dochter Renske net zoals haar broer, op een woensdag in Roderwolde geboren. Om precies te zijn zag Renske op woensdag 1 december 1886 voor het eerst het levenslicht. Wat ook de reden geweest, Roelof en Hinderkien hielden het bij slechts twee kinderen, iets wat zeker niet gewoon was in die dagen.

Op zaterdag vier december 1886 werd de drie dagen eerder geboren Renske Ebbinge bijgeschreven in het Geboorteregister van de toenmalige gemeente Roden (bron: Drents Archief. Bronvermelding Geboorteregister Roden 1886, archiefnummer 0165.021, inventarisnummer 1886, aktenummer 82, Gemeente: Roden, Periode: 1886).

Na ruim vierenhalf jaar houden de landbouwer Ebbinge en zijn vrouw het voor gezien in het prachtig dorpje Roderwolde en keren op de woensdag 13 mei in het jaar 1891 naar zijn geboortedorp Peize terug. Ook in Peize beoefend Roelof het beroep van landbouwer uit en komt in het gezin in het huis met het nummer 299 te wonen, zoals op de afbeelding hieronder goed te zien is. Op vrijdag 18 september van het jaar 1896 vertrekt de dan bijna 14-jarige zoon Aldert naar Groningen om naar alle waarschijnlijkheid door te kunnen leren. 

De vermelding van het gezin Ebbinge in het Bevolkingsregister van de toenmalige Peize. Het gezin vestigde zich op woensdag 13 mei 1891 in het dorp en vertrok bijna zeven jaren later weer naar de gemeente Roden (bron: Drents Archief. Bevolkingsregister Peize 1863-1919 D-E).

Zo’n zeven jaren later is het mooi genoeg geweest in Peize en vertrekken Roelof, Hinderkien en Renske Ebbinge volgens de archieven van de voormalige gemeente Peize op woensdag 30 maart 1898 naar de gemeente Roden om zich in het esgehucht de Zulte te gaan vestingen, waar een nieuw huis op ze staat te wachten. Donderdag 31 maart 1898 woont het gezin officieel in Roden met het adres Zulte 183, wat later veranderd wordt in nummer 202. Zoals het in de vorige woonplaatsen het geval was, gaat Roelof volgens het bevolkingsregister van de voormalige gemeente Roden ook hier aan de slag als landbouwer.

In het bevolkingsregister van de voormalige gemeente Roden staat keurig beschreven dat de familie Ebbinge op woensdag 30 maart 1898 uit Peize is vertrokken en een dag later, op donderdag 31 maart in de Zulte ging wonen (bron: Drents Archief. Bevolkingsregister Roden 1882-1900 deel 1 A t/m K).

Op de pagina staat te lezen dat ook nog een Aldert Ebbinge bij het gezin inwonend is. Het is echter niet de zoon van Roelof en Hinderkien, maar de zoon van de vijf jaar oudere broer van Roelof, Aldert Ebbinge die dezelfde naam draagt als zijn vader en op zaterdag 17 september 1887 te Peize geboren is. De dan bijna twaalfjarige jongen kwam na anderhalf jaar op donderdag zeven september 1899 bij het gezin in te wonen en zal er als boerenknecht hebben gewerkt. Aldert blijft echter niet lang in de Zulte bij zijn oom en tante en vertrekt op maandag 21 januari 1901 weer naar Peize. 

Op de pagina van de familie Ebbinge in het bevolkingsregister van de voormalige gemeente Roden is naast de tussenposen van zoon Aldert ook goed te zien dat het huisnummer regelmatig veranderde (bron: Drents Archief. Gemeente Roden 1900-1922 Bevolkingsregister Deel 2).

Aan het begin van de twintigste eeuw zijn hier en daar al geluiden te horen dat er een spoorlijn van Groningen naar Drachten moet komen en dat zij ook Peize, Roden en Leek dient aan te doen. In de maand november van het jaar 1909 is het zover en wordt er een wetvoorstel ingediend: ‘strekkende te verklaren, dat het algemeen nut de onteigening vordert ten name van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij van eigendommen in de gemeenten Smallingerland , Grootegast, Marum, Leek, Roden, Peize, Eelde, Hoogkerk en Groningen, noodig voor den aanleg van een spoorweg van Drachten naar Groningen.‘ De bekendmaking zal voor de nodige onrust hebben gezorgd bij de landeigenaren wiens land onteigend zal gaan worden. 

De bekendmaking van de wet die het mogelijk maakte, dat er grond ten behoeve van de aanleg van de tramlijn Groningen-Drachten onteigend kon gaan worden (bron: Nederlandsche Staatscourant No. 12, zaterdag 15 januari 1910, pagina 2).

Het wetvoorstel werd aangenomen op vrijdag 31 december 1909 en in de Nederlandsche Staatscourant van zaterdag 15 januari 1910 gepubliceerd. Landbouwer Roelof Ebbinge zal zeker de nodige boze bewoordingen hebben gebruikt toen hij hoorde dat de Staat zomaar even wat grond kon afpakken voor zo’n rottige rot trein. Ja, als ze hun zin kregen dan was hij een beste lap grond kwijt! 

Maar hoe luid alle Roelof’s (Brink, Deodatus Pieterszn. en Ebbinge) in de Zulte ook scholden en tekeergingen, de Nederlandsche Tramweg-Maatschappij ging gewoon door met het onteigenen van de stukken grond die nodig waren voor de aanleg van het spoor. Bijna 1450 vierkante meter zou Roelof kwijtraken aan de staat! Het moest niet veel gekker worden! Helaas voor Roelof ging het werk aan het spoor onverminderd door en vanaf zaterdag 1 mei 1915 werd deze opengesteld voor het goederenvervoer. 

Bijbehorende uitleg voor de tabel in de onderstaande afbeelding in verband met de onteigening door de Nederlandse Staat en zoals deze in het Nieuwsblad van het Noorden verscheen Van links naar rechts: Nummer van het grondplan., Te onteigenen grootte in Hectaren, Aren en Centiaren., Als;., Ter grootte van Hectaren, Aren en Centiaren., Kadastrale Sectie, Sectie Nummer., Ten name van:. (bron: Nieuwsblad van het Noorden, 24e jaargang, No. 227, dinsdag 26 september 1911, 4e blad).

Met de andere Aldert, de zoon van Roelof en Hinderkien dus, stijgt inmiddels op de ladder binnen de Belastingdienst en verhuisd op de donderdag 1 oktober 1914 van Leiden weer naar het ouderlijk huis in de Zulte. Twee maanden later, maandag 14 december 1914, vertrekt de Aldert Ebbinge naar het Friese Workum om weer als rijksontvanger aan het werk te gaan. Een half jaar later op dinsdag 15 juni 1915 is Aldert weer bij zijn ouders in de Zulte en wacht hij op zijn nieuwe werkplaats. Op de woensdag 29 september 1915 is het zover en Aldert vertrekt nu naar de plaats Oosterwolde in de gemeente Ooststellingwerf. 

Het huis van de familie Ebbinge die later ingetekend op een oude kadastrale kaart uit het jaar 1884. Op de tekening staat bij het huis de vermelding ‘Rood’. Dit verwijst naar de kleur steen waarmee het huis was gebouwd (bron: Drents Archief).

Ook Renske gaat op dezelfde dag in september 1915 richting Oosterwolde. Naar alle waarschijnlijkheid trekt ze bij hem in en wonen ze samen tot dinsdag 16 januari 1917. Waarschijnlijk vertrekt Aldert wederom naar een andere plaats – dit was het lot van een ’s rijksambtenaar – en gaat zijn zus Renske op 31-jarige leeftijd terug naar het huis van haar ouders in de Zulte. Iets wat ook goed op de pagina van de familie Ebbinge in het bevolkingsregister Deel 2 1900-1922 van de voormalige gemeente Roden te lezen is.

Een afbeelding van een jonge Renske Ebbinge die ongeveer uit de tijd stamt dat zij samen met haar broer richting het Ooststellingwerfse Oosterwolde vertrok (bron: Drents Archief)

Het is de dinsdag 29 april in het jaar 1928 wanneer Hinderkien Aukema op 73-jarige leeftijd haar laatste adem uitblaast en in de Zulte thuis op bed sterft. Renske woont dan nog samen met haar vader in het huis dat inmiddels Zulte 82 heeft gekregen en Aldert woont nu in het Brabantse Oss samen met zijn vrouw Roelfina Geertina Alida Ebbinge-van Dokkum en hun dochter Hennie. Op de gezinskaart van het gezin Ebbinge in het Bevolkingsregister van de gemeente Roden uit de periode 1922-1939, is de naam van Hinderkien doorgestreept.

De overlijdensadvertentie van Hinderkien in het Nieuwsblad van het Noorden van vrijdag 2 mei 1928 (bron: Nieuwsblad van het Noorden, 41e jaargang, no. 104, 1e blad, woensdag 2 mei 1928)

Een ander gegeven op de gezinskaart van de familie Ebbinge is wel de vermelding dat Roelof een vuurwapen bezit. Naast het huis en grasland in de Zulte, heeft Roelof een aantal percelen grond aan de overzijde van de woning in bezit, waaronder een klein heideveld. In die tijd kwam er veel wild voor in de omgeving van de Zulte en zoals een groot aantal bewoners van het voormalig esgehucht, zal Roelof ook een hartstochtelijke jager geweest zijn.

De gezinskaart van de familie Ebbinge in het huis met het nummer Zulte 82. Op de kaart staat duidelijk dat Roelof een vuurwapen bezit (bron: Drents Archief. Bevolkingsregister 1922-1939 gezinskaarten deel 4)

Het heideveldje is slechts een heel klein restant van wat eens een immens groot nat en moerassig heideveld ten noorden en ten westen van de Zulte. Aan het einde van de jaren dertig in de vorige eeuw kwam in veel plaatsen rondom Roden de zandwinning op en ook Roelof dacht hieraan een graantje mee te kunnen pikken. En zo werd er een grote dragline geregeld en Ol Boest (ene meneer Buist) zou wel even het zand voor Ebbinge gaan winnen. Echter na twee halen met de grote bak werd er van de zandwinning afgezien.

Het zogenaamde Ebbensveldje op een luchtfoto uit 2006. Rechtsonder is een beboste strook op het heideveldje te zien, waar de bak van Ol Boest zijn dragline zijn graafsporen heeft achtergelaten. Ook zijn de sporen zichtbaar van een weg, die in het verleden over het heideveld liep (afbeelding: Topotijdreis).

Het bleek dat de gewenste zandlaag slechts enkele tientallen centimeters dik was en het enige dat gewonnen werd, was kleverige keileem en taaie potklei. Volgens ooggetuigen uit die tijd waren ze langer bezig de bak van de graafmachine te ontdoen van de prut, dan het gevaarte op de heide en er weer weg te krijgen. Het schijnt dat men bij de laatste bak minstens een halve dag nodig had om deze weer redelijk schoon te krijgen.

De sporen zijn trouwens nog steeds zichtbaar op het heideveldje als een rechte geul van zo’n 50 meter lengte en zo’n vijf tot zes meter breed. De geul had verder geen functie meer en werd tijdens de natuurdagen gehouden in de jaren 90 en in de 21e eeuw volgegooid met snoeiafval. Dit snoeiafval werd dus in het water gegooid en kon dus zodoende wortels produceren. Het gevolg was dat nu de geul inmiddels vrijwel dichtgegroeid is en zorgt voor een bosje op het natte heideveld, zoals op de bovenstaande foto goed te zien is. 

Mevrouw Meijer met haar kinderen op ’t Ebbensveldje met de vele wilde gagel (Myrica gale) op de achtergrond. De bal om mee te spelen was destijds altijd binnen handbereik (afbeelding is mij in het verleden door de familie Meijer ter beschikking gesteld).

Het restant werd destijds in het Roner dialect het ‘Ebbensveldje‘ genoemd en veel jeugd uit de Zulte heeft hier als dan niet stiekem, een balletje getrapt.  Ook het zoeken naar adders (Vipera berus), die toen nog voorkwamen, was voor een aantal jongeren een leuke bezigheid op het Ebbensveldje. Menigeen uit die tijd vraagt deze scribent of de adders nog op ’t heideveldje zijn. Helaas, die zijn inmiddels verdwenen. Na het overlijden van Renske kwam dit heideveldje in het bezit van de Rijksuniversiteit te Groningen, die het op haar beurt later doorgaf aan Staatsbosbeheer.  

De advertenties van Aldert en Roelof waarin het overlijden van Roelfina Geertina Alida Ebbinge-van Dokkum bekend werd gemaakt in het Nieuwsblad van het Noorden (bron: Nieuwsblad van het Noorden, 50e jaargang, no. 246, 1e blad, dinsdag 19 october 1937)

Maar goed, laten we teruggaan naar het wel en wee van de familie Ebbinge in de Zulte. In het jaar 1937 komen wij de familie weer tegen op een minder vrolijke manier. Op zaterdag 16 oktober 1937 komt Roelfina Geertina Alida Ebbinge-van Dokkum te overlijden, dochter van Herman Johannes van Dokkum en Jantien Homan, vrouw van Aldert en moeder van Hennie Ebbinge. Aldert Ebbinge woont dan inmiddels in de stad Breda. Volgens de advertenties van zowel Aldert als die van Roelof en dochter Renske in het Nieuwsblad van het Noorden dinsdag 19 oktober 1937, zou het lichaam van de 56-jarige Roelfina de donderdag daarop om 2 uur vanuit de Zulte naar de begraafplaats vertrekken. Het spreekt vanzelf dat het hier het huis van Roelof betrof. 

Het huis met het nummer Zulte 21 tijdens een winterse avond in het jaar 1986. Zo zal het er ook rond 1937 uit hebben gezien, toen Roelfina vanuit hier naar de begraafplaats werd gebracht. De foto is afkomstig uit de privécollectie van de familie Niezink en in 2015 gepubliceerd in het boek ‘Van karrenspoor tot natuurgebied.

Tweeënhalf jaar later begint het jaar 1940 eerst niet goed in de Zulte met de Duitse inval in Nederland op vrijdag 10 mei 1940. En toch zal veel bij hetzelfde het eerste jaar van de oorlog. Zoon Aldert heeft echter heugelijk nieuws en hij gaat weer trouwen op donderdag 5 september 1940 in de stad Groningen met de 49-jarige en in Delfzijl geboren Johanna Geertruida Roggenkamp. 

De huwelijksakte van Aldert Ebbinge en Johanna Geertruida Roggenkamp uit 1940 (bron: Gronings Archief. Huwelijksregister 1940, aktenummer 713, Gemeente: Groningen, Periode: 1940).

Roelof zal zich voor zijn zoon hebben verheugd dat deze een nieuwe liefde in zijn leven had gevonden en inmiddels samen met zijn nieuwe vrouw en dochter Hennie naar ‘s-Gravenhage was vertrokken. Ruim een half jaar later voelde Roelof zich niet goed en kwam op maandag 10 maart 1941in de leeftijd van 85 jaren te overlijden. Een dag later verscheen er in het Nieuwsblad van het Noorden een overlijdensadvertentie van de kinderen Aldert en Renske.

De overlijdensadvertentie van de kinderen Aldert en Renske in het Nieuwsblad van het Noorden van dinsdag 11 maart 1941 waarbij zij het overlijden van hun vader Roelof Ebbinge bekendmaakten (bron: Nieuwsblad van het Noorden, 54e jaargang, no. 59, 1e blad, dinsdag 11 maart 1941)

Al ruim voor zijn overlijden zal Roelof Ebbinge een groot gedeelte van zijn landbouwactiviteiten hebben afgestoten en wat er nog te doen was, zal dochter Renske voor haar vader opgeknapt hebben. Renske brengt haar dagen onder andere als kunstenares door, ze was volgens insiders een begaafd schilderes. Na ruim 17 jaren zonder haar vader in het prachtige huis met het nummer Zulte 21 te hebben doorgebracht, waarbij haar broer Aldert met vrouw, dochter Hennie en haar man en kinderen regelmatig vanuit Den Haag hier op bezoek komen, is het ook voor haar de hoogste tijd geworden en komt ze te overlijden.

De aangifte van het overlijden van Renske Ebbinge door de aanspreker Jan Holt uit Roden (bron: Drents Archief. Overlijdensregister Roden 1958, archiefnummer 0167.021, inventarisnummer 1958, aktenummer 30, Gemeente: Roden, Periode: 1958).

Op de leeftijd van 71 jaar sluit de in Roderwolde geboren en vrijgezelle Renske Ebbinge op de donderdag 31 juli van het jaar 1958 om half acht ’s avonds voor het laatst haar ogen en kwam er een einde aan de aanwezigheid van de familie Ebbinge in de Zulte zoals wij deze heden ten dage kennen. De 57-jarige aanspreker Jan Holt verscheen zaterdag twee augustus voor de ambtenaar van de burgerlijke stand der gemeente Roden om het overlijden van Renske aan te geven.

Voordat de telefoon zijn intrede bij iedereen thuis had gedaan in Roden, bestond de taak van Jan Holt er onder andere uit om aan huis de nabestaanden in kennis te stellen van een overlijden. Daarnaast kon de aanspreker ook de aangifte van het overlijden doen bij de burgerlijke stand en eventueel de begrafenis of crematie regelen. Volgens de rouwadvertentie die in het Nieuwsblad van het Noorden van zaterdag 2 augustus 1958 verscheen en door Aldert Ebbinge was geplaatst, zou het lichaam van Renske naar Dieren gebracht worden waar zij op maandag 4 augustus om 1:45 uur gecremeerd zou worden. 

De door Aldert Ebbinge geplaatse overlijdingsadvertentie in het Nieuwsblad van het Noorden met de bekendmaking dat Renske in Dieren gecremeerd ging worden (bron: Nieuwsblad van het Noorden, zaterdag 2 augustus 1958, pagina 4).

Na het overlijden van Renske moet de enige uit het gezin van Roelof Ebbinge overgebleven gezinslid en de in Den Haag wonende zoon Aldert de zaken gaan regelen. De weilanden komen in de handen van de buren, het heideveld met de naam ‘Ebbensveldje’ komt rond 1959 in het bezit van de Rijksuniversiteit van Groningen en het huis aan de Zulte wordt in het jaar 1958 verkocht aan Tj. Hofman, winkelier/juwelier aan de Brink in Roden. 

Op de foto zijn Meint en Bregtje met kinderen aan het eind van de jaren vijftig voor het huis aan de Zulte te zien. Linksonder is nog het bruggetje over de sloot zichtbaar en het geheel oogt vredig in de vroege zomer van dat jaar. Deze foto en de foto hieronder zijn zeer welwillend door Henk van der Dijk, zoon van Meint en Bregtje en oud-bewoner van het huis, aan mij ter beschikking gesteld om te gebruiken in dit artikel. Waarvoor nogmaals zeer veel dank!

Het huis blijft niet lang onbewoond en het jonge gezin Meint en Bregtje van der Dijk trekt in de woning met het adres Zulte 21. Het was al een behoorlijke tijd geleden dat er jonge mensen in de woning vertoeven. De uit Bedum afkomstige Meint gaat bij Tjaart Hofman, de eigenaar van het huis en winkelier/juwelier aan de Brink in Roden, als horlogemaker aan de slag om zijn kost te verdienen. Weer iets heel anders dan een landbouwer. 

De trotse nieuwe bewoners van de Zulte 21 aan het einde van de jaren vijftig. De lichtelijk strenge blik van Meint van der Dijk wordt gecompenseerd door een betoverende glimlach van Bregtje. Ook deze prachtige foto zoals die van hierboven zijn afkomstig van de zoon van Meint en Bregtje, Henk van der Dijk, waarvoor ik hem zeer erkentelijk ben. Nogmaals dank je wel.

De jaren vijftig verstrijken geruisloos in het voormalig esgehucht de Zulte en de enige banden die de familie Ebbinge nog met dit rustige plaatsje heeft, zijn de families Brink en Holthuis die zuidelijk nabij de brink wonen en heel ver in de verte familie is. Enkel Aldert is over van het gezin van Roelof Ebbinge, maar hij woont in het verre Den Haag. De pensioneerde en voormalig rijksontvanger, een ambtenaar aan wie het beheer van inkomsten en uitgaven van het Rijk is opgedragen, loopt echter ook al op zijn laatste loodjes. 

Bijna acht jaren na het overlijden van zijn jongere zuster Renske komt Aldert ook te overlijden in het luxe ‘s-Gravenhage, heel ver van de Zulte vandaan. Op de vrijdag de zevende in de maand januari van het jaar 1966 om 10:30 in de ochtend in Voorburg te Den Haag, blaast hij zijn laatste adem uit in de warme en liefdevolle omgeving van zijn vrouw Johanna Geertruida.

De vermelding van het overlijden op 7 januari 1966 te ‘s-Gravenhage van Aldert Ebbinge, geboren te Roden, 83 jaar oud, zonder beroep (bron: Haags Gemeentearchief te Den Haag, BS Overlijden. Ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage, ‘s-Gravenhage, archief 335-01, inventaris­num­mer 1861, 10-01-1966, Nadere toegang op het overlijdensregister van de gemeente ‘s-Gravenhage, aktenummer A71).

Na de familie van der Dijk kwamen nog een aantal andere families zoals Niemeijer, Hoogeveen, Smilda en Niezink. In het Nieuwsblad van het Noorden bood de zoon het huis in mei 1969 te huur aan als een gemeubileerde vakantiewoning dicht bij het Leekstermeer. Het huis is aan het begin van de 21e eeuw gesloopt om plaats te maken voor een rondweg en een rotonde.

De advertentie in het Nieuwsblad van het Noorden geplaatst door C. W. Hofman uit Roden waarin hij de Zulte 21 wil verhuren als een vakantiehuis (bron: Nieuwsblad van het Noorden, 82e jaargang, No. 124, vrijdag 30 mei 1969, negende blad, pagina 28).

Op de onderstaande afbeelding is de advertentie te zien die notaris G. J. Wilts in opdracht van de echtgenote en inmiddels weduwe van Freerk Smilda, G. Smilda-v.d. Wal, in het Nieuwsblad van het Noorden liet plaatsen. Deze advertentie verscheen op zaterdag 24 augustus 1974 in alle edities van deze krant. Het huis had inmiddels het huisnummer Zulthe 19.

In de door de notaris G. J. Wilts geplaatste advertentie in het Nieuwsblad van het Noorden was een foto van de woning toegevoegd (bron: Nieuwsblad van het Noorden van zaterdag 24 augustus 1974, pagina 2. 287ste jaargang, no. 198).

Het enige dat wij nog kunnen aantreffen van de in allerhaast gesloopte woning zijn kleine stukjes rode steen, die door het sloopproces in de bodem terechtgekomen zijn en nu door mollen die met hun molshopen de restanten weer aan de oppervlakte weten te brengen. Op zich een leuk gegeven, maar of Roelof Ebbinge blij met zou zijn met de vele mollen die daar nu aanwezig zijn? Ik waag dat te betwijfelen. 

De plaats waar eens het mooie huis gestaan heeft in de Zulte. Helaas moest het verdwijnen en plaatsmaken voor ambitieuze plannen van een wethouder en een rondweg plus rotonde.

Korte akkers in de Bomenbuurt

Een van de vele landschapselementen uit het verleden die wij in het gebied rondom het oude esgehucht de Zulte konden aantreffen, waren de vele akkers. Straatnamen in het prachtige dorp Roden verwijzen eveneens naar de vroege landbouwactiviteiten die hier vroeger in de wijde omgeving plaatsvonden. Straten met namen als De Akkers, Doornakker, Duinakker, Geerakker, Steenakker en Walakker verwijzen allemaal naar een rijke geschiedenis, die langzaamaan toch dreigt te verdwijnen.

Doorgaans waren de akkers, of beter gezegd bouwlanden zoals ze hier vroeger genoemd werden, toch redelijk kleine perceeltjes waar boeren, burgers en buitenlui hun cultuurgewassen zoals granen en groenten op verbouwden en later aan het begin van de negentiende eeuw, ook de aardappel. De percelen bouwland waren vaak van elkaar gescheiden door een afrasteringen, greppel, sloot, heggen of een houtwal. Pas veel later kwam prikkeldraad in aanmerking als effectief afrasteringsmateriaal.

Op een hoogtekaart van het gebied waar de Körtakkers lagen in een dynamische opmaak waarbij de kleuren de hoogte in het gebied aangeven, van blauw (laag) naar donker oranje (hoog). (Bron: Algemeen Hoogtebestand Nederland)

De bouwlanden in de nabijheid van het oude esgehucht de Zulte, bevonden zich vooral bovenop de Zultheresch vanwege de bodemgesteldheid. Hier bevond zich een hogere uitloper van het Drents Plateau en aan de oostelijke zijde was de keileemlaag een stuk dunner en op enkele plaatsen trof men zelfs zand aan. Het was niet vanzelfsprekend in grote delen van de provincie Drenthe dat een hoge ondergrond ook droge voeten betekende. Op veel plaatsen vormde zich hoogveen op de plaatsen waar de keileemlaag behoorlijk dik was en het verbouwen van gewassen was daar dus niet mogelijk.

Op de bovenstaande hoogtekaart in een dynamische opmaak van het gebied waar de Körtakkers lagen, is het hoogteverschil goed te zien. De laagste gedeelte in het gebied bevond zich in het noordwesten van bouwlanden ter hoogte waar de Ceintuurbaan Noord kruist met de Acacialaan en lagen op een hoogte van 3,5 meter boven N.A.P. (blauw gekleurde delen). Zoals op de kaart goed te zien is liggen de hoger gelegen delen in het oosten op een hoogte van zo’n 5,8 meter boven het Normaal Amsterdams Peil langs de huidige Zulthereschweg.

Waarschijnlijk vond op deze plaats al vanaf de vijftiende eeuw hier al akkerbouw plaats, maar de vroege sporen zijn verdwenen door de latere landbouwactiviteiten en de woningbouw die hier vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw plaatsvond.

Op de Franse legerkaart uit 1810/1811 waarop aan de linkerzijde het esgehucht de Zulte ligt, zijn aan de rechterzijde ten westen van de weg tussen Roden en Leutingewolde de weilanden zichtbaar, die naast de Körtakkers liggen. (Bron: Drents Archief)

Een ander oud gegeven is dat de bewoners en gebruikers bepaalde gebieden een naam gaven die de ene bij meer mensen bekend was dan een andere keer. Deze termen worden vandaag de dag ook wel ‘Veldnamen’ genoemd en kunnen al eeuwenlang gebruikt worden. De Boschkampe is hier een goed voorbeeld van. Op de plaats waar een aantal huizen aan de rand van een groot bos in het verleden lagen , ligt er nu een langwerpig plantsoen en een straat die vanaf de Leeksterweg helemaal tot aan de Nieuweweg loopt en de naam ‘Boskamp‘ draagt.

Op de oude Franse legerkaart uit 1810/1811 is goed te zien hoe de huizen zich nabij de bosrand bevonden. Vandaag de dag is er enkel nog een straatnaam die ons aan de Boschkampe doet herinneren. (Bron: Drents Archief)

Een van de vele veldnamen die voorbij komt als het over de oude Zulteresch en de vroege akkerbouw gaat, zijn de Körtakkers. Waarschijnlijk al vanaf de vijftiende tot aan het begin van de twintigste eeuw in gebruik geweest, werd hier een groep van zo’n 38 percelen met een oppervlakte van 7,242 hectare bedoeld. De cluster akkers of bouwgronden zouden vandaag de dag grofweg in het vierkant Ceintuurbaan Noord/de Hulst, Acacialaan, Esdoornstraat en de Zulthereschweg hebben gelegen.

Het gebied zoals dit er rond 1825 uit zou hebben kunnen gezien. Een gedeelte van de bossen is gekapt en de akkers zijn duidelijk zichtbaar.

De naam Körtakkers betekend niet minder dan korte akkers. De vlakvormige elementen waren veelal een aantal kleine, vierkante of rechthoekige percelen met een oppervlakte van niet meer dat 0,75 tot 1,5 hectare, maar doorgaans waren ze veel kleiner. Van de achtendertig percelen waren er 34 bouwland, 2 weiland en 2 hakbosch. De twee percelen hakbos waren wellicht restanten van een veel groter bos dat hier ooit heeft gelegen, of het was gewoon een klein bos. Waarschijnlijk werden ze gebruikt als geriefbosjes, waaruit het hout werd geoogst voor huiselijk gebruik als brandhout, het maken van afrasteringen en gereedschap.

Een hoop dingen worden duidelijk wanneer wij de Kadastrale kaarten en de bijbehorende registers ter hand gaan nemen. Alles begint wanneer koning Willem I de door de Fransen ingezette kadastrering rond 1816 nieuw leven inblaast. In het jaar 1823 levert het Topographisch Bureau van het Ministerie van Oorlog de ‘Choro-topographische kaart’ op. Weliswaar is het de eerste landsdekkende topografische kaart, maar echt effectief voor bijvoorbeeld het berekenen van de te innen belastingen was de kaart niet.

De invoering van het Kadaster vond plaats op 1 oktober 1832. Het doel van deze nieuwe organisatie was te komen tot een eerlijkere heffing van de grondbelasting, een belasting op onroerende zaken, gebaseerd op de grootte en kwaliteit van de grond en het gebouwde. Bij de invoering van het Burgerlijk Wetboek in 1838 kwam er een belangrijk element bij, namelijk het verschaffen van een grotere rechtszekerheid aan de burgers. Het vermelden van kadastrale kenmerken in akten werd vanaf 1838 verplicht. (Bron: Kadaster BHC) Een gunstig bijeffect was dat de overheid nu ook wist waar de weerbare mannen zich bevonden.

De kerk van Roden op het tweede blad van Sectie E genaamd Roden van de gemeente Roden. Dit punt werd door de landmeter gebruikt als middelpunt van de Kadastrale gemeente. Het is goed te zien dat de twee blauwe lijnen vanuit de kerktoren naar het noorden, oosten, zuiden en westen gaan. (Bron: Drents Archief)

Het werkte eigenlijk vrij eenvoudig. De kadastrale gemeente Roden werd verdeeld in secties die met een hoofdletter werden aangeduid. De secties werden op hun beurt weer verdeeld in genummerde percelen. Om het middelpunt van de Kadastrale gemeente te bepalen, gebruikte de landmeter een vast en herkenbaar punt, zoals hierboven te zien is, Hier diende de kerktoren van de Catharinakerk in Roden als middelpunt voor de metingen. De kaarten van de gemeente Roden werden opgemeten door A. C. Meijer, landmeter van de Eerste Klasse.

In het register werd bijgehouden in welke gemeente en sectie het genummerde perceel zich bevond en wie de desbetreffende eigenaar was. Ook werd vermeld wat zijn of haar beroep was, de woonplaats en het artikelnummer (persoonlijk nummer van de eigenaar) en wat voor soort eigendom het was, de inhoudsgrootte. Daarnaast stond het kadastraal en belastbaar inkomen er ook bij vermeld.

De Kadastrale kaart uit het jaar 1832 waarop de genummerde percelen van de eigenaren op de Körtakkers zijn ingetekend. De veldnamen staan sporadisch op deze kaarten ingevuld. (Bron: Drents Archief)

De eerste eigenaar die wij tegenkomen op Körtakkers is de van oorsprong uit Eemster (Dwingeloo) afkomstige landbouwer Willem Bloemberg en Cons.. Althans, Willem was in naam aanwezig daar hij al op maandag 12 februari was overleden. De op zondag 12 september 1762 in Diever geboren Bloemberg was op de vrijdag 27 augustus 1802 in ondertrouw en twee weken later op zondag 12 september 1802 in het huwelijk getreden met de weduwe Geesje Fredriks Zantinge te Roden. Geesje was gedoopt zondag 23 november 1766 te Diever en overleed op zondag 24 augustus 1823 in Eemster, Dwingeloo op 56-jarige leeftijd.

De band die Willem had met het dorp Roden ging verder dan dat hij er in het jaar 1802 gehuwd was. Een dochter uit een vorig huwelijk van Geesje was ruim twee jaar tevoren met de uit Roden afkomstige Hinderikus Kriethe getrouwd. Hij  werd overigens in het doop- en trouwboek van Diever Hendericus Krijthea uit Rhoon genoemd. Hinderikus trad op donderdag 6 februari 1800 met Geesje Zantinge in Diever in ondertrouw en op zondag 9 maart 1800 in Roden in het huwelijk. Volgens het doop-, ondertrouw en trouwboek van Roden heette de dame nu Geesjen Zantinge uit Eemse (Eemster). Lang heeft het huwelijk niet mogen duren, op zaterdag 18 juli 1801 kwam de beste man te overlijden op 43-jarige leeftijd aan wat destijds ‘teering’ werd genoemd, een benaming voor tuberculose.

De vermoedelijke Consorten van Willem in 1832 zullen zijn zoon Jan Willems Bloemberg (1805 – 1838) en wellicht de weduwe Geesje van Hinderikus en dochter van Geesje Fredriks Zantinge geweest zijn. De afkorting Cons. betekende Consorten, dat voor deelgenoten staat. De percelen die zij in bezit hadden bestonden uit bouwland (I-711, I-712, I-713, I-745, I-751, I-764 en I-778), weiland (I-743) en het perceel I-753 dat uit hakbosch bestond. De negen percelen, die op de onderstaande afbeelding een iets donkergrijze kleur hebben, bedroegen een totale oppervlakte van zo’n 8020 vierkante meter. (Bron: Drents Archief)

De volgende eigenaar van drie percelen bouwland (I-714, I-715 en I-755) op de Körtakkers in het jaar 1832 en een perceel dat uit hakbosch bestond (I-752) was volgens het Kadaster Jannus Winsing uit Roden.  Eigenlijk was het perceel hakbosch in het bezit van Jannus Winsing en cons.. Waarschijnlijk deelde Jannes dit perceel met zijn zwagers. De uit Roden afkomstige landbouwer Jannes Hindriks Winsingh was geboren zaterdag 29 december 1759 te Roden en overleden op zondag 10 april 1842 in Roden 82 jaar oud. De toen veertigjarige Jannes trouwde op zondag 22 juni 1800 met Hinderkien Floris Aukema, geboren op woensdag 10 mei 1775 te Roden en overleden op maandag 16 juni 1856 in Roden, 81 jaar oud. Hinderkien was de jongste dochter van Floris Aukema en zijn tweede vrouw, Lammechien Roelofs Smeenk. Het echtpaar Winsingh woonde destijds in 1830 aan het Zuideinde 153. De vier percelen zijn het donkerst grijs ingekleurd en hadden een oppervlakte van 1,228 hectare. (Bron: Drents Archief)

Het licht grijs ingekleurde perceel bouwland I-716 op de onderstaande afbeelding en dat 3140 m2 groot was, behoorde toe aan aan een man die men in register van het Kadaster Jan Arends Oosterhuis noemde. Het gebeurde wel vaker dat namen verkeerd werden opgeschreven vanwege slecht verstaanbaarheid, een onleesbaar handschrift of een eigen interpretatie door de desbetreffende ambtenaar. De achternaam van Jan Arends Oosterhuis moet eigenlijk Oosterling zijn. Timmerman Jan Arends Oosterling was op zondag 23 oktober 1785 getrouwd geweest met Grietje Jans, die op donderdag 21 juni 1804 op 43-jarige leeftijd overleed. Jan trad op zaterdag 24 mei 1806 in ondertrouw met Jantje (Jantien) Pieters. Hij overleed precies 17 jaren later na Grietje Jans op dinsdag 21 juni 1831, 74 jaar en 3 maanden oud. Jantje sloot haar ogen voor altijd op woensdag 19 juni 1839 66 jaar oud. Het gezin woonde in 1830 aan het Oosteinde 193. (Bron: Drents Archief)

Het eerste gedeelte van de plattegrond van de Körtakkers uit 1832 met de percelen van Willem Bloemberg en Cons., Jannus Winsing en Jan Arends Oosterling.

De volgende drie percelen op de onderstaande afbeelding, weiland (I-742) en bouwland (I-744 en I-749) met een totale oppervlakte van 0,74 hectare waren het eigendom van de Kindren van Floris Aukema. Eigenlijk een raar gegeven dat de kinderen van een overleden persoon als eigenaar worden aangeduid. De drie kinderen van de inmiddels overleden landbouwer Floris Egberts Aukema, Eeffien Floris (Zulthe, 14 augustus 1821), Egbert Floris (Zulthe, 6 augustus 1822), Annechien Floris (Zulthe, 3 april 1824) waren nog te jong om de goederen van hun vader te bestieren en daarom nam een voogd hun taken waar.

De op de zaterdag 17 januari in Leutingewolde geboren zoon van Egbert Aukema, Floris Egberts Aukema, huwde op 19-jarige leeftijd in Roden met de op zondag 20 november 1796 te Roderwolde geboren Aaltien Roelfs Boer (Weering) (Aeltie Roelfs Wering). Floris overleed op woensdag 26 maart 1828 te Leutingewolde, op de nog jonge leeftijd van 26 jaar en 9 maanden. Zijn vrouw Aaltien overleed op dinsdag 12 juli 1842 45 jaar oud. Het gezin woonde in Leutingewolde op nummer 95. (Bron: Stamboom Aukema 1)

De volgende eigenaar van twee percelen was de weduwe van Lambert Oortwijn uit Langelo, Frouwkje Stratingh. De in Langelo op zondag 2 mei 1751 gedoopte landbouwer Lambert Oortwijn trouwde, 58 jaar oud, op zaterdag 21 oktober 1809 met de 32 jaren jongere Frouwkje Stratingh uit Norg. Frouwje werd gedoopt op zondag 14 september 1783. Op woensdag 23 oktober 1822 om drie uur ‘s nachts verwisselde Lambert het tijdelijke met het eeuwige en werd Frouwkje eigenaar van zijn bezittingen, waaronder de twee percelen bouwland, I-746 en I-760, samen 1840 vierkante meter groot. Op zondag 7 december 1862 om half tien ’s avonds sloot zij op 79-jarige leeftijd voor het laatst haar ogen in Norg. (Bron: dtb Norg).

Drie percelen bouwland (I-747, I-761 en I-771) met een oppervlakte van 0,786 hectare waren in het bezit van de landbouwer Geert Klaassens van der Oor, geboren januari 1780 in Roden en overleden op zondag 31 januari 1864 te Roden 84 jaar oud. Hij had een relatie met Freerkien Harms, geboren 1756 in Hoogkerk en overleden op woensdag 3 juni 1846 te Roden, 90 jaar oud. (Bron: Drents Archief)

Ook de weduwe van brouwer en logementhouder Thyle Geerts Krijthe, de uit Oostfriesland afkomstige Berendje Voget bezat een perceel bouwland met het nummer I-748 en een grootte van 1920 vierkante meter. Herbergier Thyle, werd ook wel als Thijle geschreven, werd op de regenachtige zondag 8 november 1761 in het mooie dorp Roden geboren en trouwde op vrijdag 10 augustus 1798 met zijn geliefde Berendje Voget in de Oosfriese plaats Jemgum. Jemgum was de geboorteplaats van Berendje waar zij op dinsdag 23 augustus 1763 voor het eerst het levenslicht zag. Op vrijdag 23 januari 1818 overleed de 56-jarige Thijle en liet Berendje met hun bezittingen achter. Berendje, die herbergiersche van beroep was, overleed op zaterdag 20 november 1841 net zoals haar geliefde man, in Roden. Het logement van Krijthe bevond zich aan het Zuideinde met het nummer 165. (Bron: Drents Archief)

Het tweede gedeelte van de plattegrond van de Körtakkers uit 1832 met de percelen van de Kindren van Floris Aukema, weduwe Lambert Oortwijn, Geert Klaassens van der Oor en de weduwe van Thyle Geerts Krijthe.

De volgende perceeleigenaar met een stukje bouwland van 880 vierkante meter en het nummer I-750 was de Jacob Hendrik Koopman uit Roden, die koopman als beroep had. Jacob Hindriks of Hindk zoals hij ook wel genoemd werd en die op woensdag 29 juni 1768 in Eelde geboren was, trouwde hij op 57-jarige leeftijd op dinsdag 30 mei 1826 in Roden met Jantien Jacobs Lodewijks. De toen 35-jarige Jantien Jacobs kwam uit Roden waar zij op maandag 10 januari 1791 geboren was. Jacob Hindriks maakte niet meer mee dat zijn eigendom in het register van ’t Kadaster in 1832 werd opgenomen; hij overleed op donderdag 3 februari 1831 in Roden, 62 jaar en 8 maand oud. Jantien Jacobs overleed 61 jaar en 2 maand oud te Haren op vrijdag 28 maart 1862. Jacob Hindriks en Jantien Jacobs woonden aan het West en Noordeinde 206. (Bron: Drents Archief)

Ook de weduwe Trientje Jans van Gasteren van de Roner bakker Roelof Pieters Deodatus had een perceel bouwland met het nummer I-754 in haar bezit. Het 1320 vierkante meter groot perceel was na zondag 11 april 1830 haar eigendom nadat de op zondag 15 december 1765 in Roden gedoopte Roelof Pieters het brood bakken voor gezien hield en zijn ogen sloot. Hij was 64 jaar en 4 maand oud geworden. Trientje Jans die zowel in Anloo geboren was en aldaar op zondag 9 februari 1772 gedoopt werd, overleed op 76-jarige leeftijd op zaterdag 11 maart 1848 te Roden. Het echtpaar woonden aan het Zuideinde nummer 16. (Bron: Drents Archief)

Met zo’n 1, 586 hectare aan bouwland op de Körtakkers verdeeld over vijf percelen (I-759, I-772, I-774, I-775 en I-777) was de landbouwer Jan Aukema uit Luttingewolde (Leutingewolde) een grote boer in het gebied. De op dinsdag 2 juni te Leutingewolde geboren en inmiddels 39 jaar oud zoon van Floris Aukema en zwager van de eerder genoemde Jannes Winsingh, was op vrijdag 21 juni 1811 in Roden met Eltien Jans Arends getrouwd, die geboren was in november 1780 te Roden. Jan overleed op woensdag 20 september 1849 op 78-jarige leeftijd, Eltien Jans was hem al eerder voor gegaan, zij overleed op donderdag 25 november 1841, 61 jaar oud. Het echtpaar woonde in 1832 in Leutingewolde met het nummer 98. (Bron: Stamboom Aukema 1)

De Kosterij van de hervormde kerk in Roden bezat ook enkele percelen bouwgrond op de Körtakkers. De drie percelen, I-762, I-776 en I-780, waren goed voor 4690 vierkante meter. Waarschijnlijk verbouwde de koster hier voedsel voor onder andere zichzelf, de predikant Jodocus Henricus Reddingius en de armen binnen de gemeente.

Het derde gedeelte van de plattegrond van de Körtakkers uit 1832 met de percelen van Jacob Hendrik Koopman, weduwe Roelof Pieters Deodatus, Jan Aukema en de Kosterij.

Het perceel bouwland met het nummer I-763 en een oppervlakte van 610 meter behoorde in 1832 toe aan de in Lieveren op zaterdag 3 oktober 1789 geboren arbeider Klaas Jans Ananias. Ananias was op woensdag 28 mei 1817 in Roden met de 19-jarige dienstmaagd Aaltje Tjipkes Scheepstra, geboren te Roden op vrijdag 24 november 1797 in Roden, getrouwd. Klaas Jans overleed 75 jaar en 11 maand oud op donderdag 10 september 1863 in Roden. Aaltien overleed op zondag 22 maart 1874 te Roden, zij was toen 76 jaar en 4 maand oud. Het echtpaar Ananias woonde aan het West en Noordeinde 227. (Bron: Drents Archief)

Theodoris Hubers (Theodorus Huberts), geboren op zaterdag 2 oktober 1756  te Peize en overleden op zaterdag 16 april 1836 en was gehuwd op 18 mei 1783 in Roden met Geertien Sikkens, gedoopt zondag 22 mei 1757 in Lieveren en overleden te Roden op donderdag 4 mei 1826. De weduwnaar Huberts woonde in 1830 in het Oosteinde te Roden op nummer 196. Theodorus was naast landbouwer ook schoenmaker. Het 1400 vierkante meter groot perceel bouwland met het nummer I-770 behoorde hem toe. (Bron: Drents Archief)

De uit Roden afkomstige landbouwer Jan Lamberts Beuving werd geboren op woensdag 21 oktober 1789 te Roden. Beuving bezat een perceel bouwland van 1330 vierkante meter groot op de Körtakkers met het kadastraal nummer I-773. Hij trouwde op  27-jarige leeftijd op zaterdag 14 juni 1817 te Norg met Jacobje Jans Hofman, 23 jaar oud, geboren op donderdag 21 november 1793 te Norg. Het echtpaar Beuving woonde aan het West en Noordeinde 225. Jan Lamberts overleed op zondag 6 september 1863 te Roden, Jacobje Jans sloot op zaterdag 8 juli 1871 voor het laatst haar ogen. (Bron: Drents Archief)

De twee laatste percelen op de Körtakkers, I-779 en I-783, samen 1,404 hectare groot, behoorden toe aan de landbouwer Jan Sikkens Rademaker, die aan het Oosteinde 168 in in her zeer bekoorlijke Roden woonde. Rademaker die ook wel Jan Sikkes of Jan Sikken genoemd werd, kwam op maandag 29 december 1788 in Roden ter wereld. Jan Sikkes werd verliefd op de in april 1782 te Nietap geboren Aaltje Roelfs Weeman, die op dat moment in Niebert woonachtig was. Den 21 van Grasmaand 1809, 21 april 1809, komen wij de twee jonge mensen tegen in het ondertrouwboek van de gemeente Roden tegen. Op 19 mei 1809 lezen wij het volgende over de twee vanuit Nuis:

Dat de huwelijks geboden tusschen Jan Sikken Rademaker van Roden en Aaltje Roelfs Weeman van ’t Niebert, alhier drie agtereenvolgende Zondagen zijn afgekondigt, zonder enige tusschen komende verhinderingen; zo dat bovengem. personen dezen aangaande in den huwelijken staat bevestigt mogen worden, getuigt mits dezen de ondertekende bij gebrek van Zegel op ongezegeld papier zullende dit gebrek door een omslag Zegel van 10 st. verholpen worden. Gegeven te Nuis den 19 Maai 1809. G.J. Piënius, Pred: ter plaats.”

Het echtpaar woonde aan het Oosteinde 168 te Roden. Jan Sikkes overleed op 52-jarige leeftijd op zondag 21 februari 1841. Zijn echtgenote Aaltje Roelfs is overleden op donderdag 18 maart 1858 in Roden 76 jaar oud. (Bron: Drents Archief)

Het vierde gedeelte van de plattegrond van de Körtakkers uit 1832 met de percelen van Klaas Jans Ananias, Theodoris Hubers, Jan Lamberts Beuving en Jan Sikkens Rademaker.

Na het jaar 1832 verschenen er eigenlijk pas rond 1860 nieuw Kadastrale kaarten van het gebied op de Zulteresch. Dit gold echter niet voor topografische kaarten van de omgeving van het esgehucht de Zulte. Niet de kaarten er gedetailleerder op werden, maar in grote lijnen volgen ze wel de vele veranderingen die zich in de negentiende eeuw voordeden.

De omgeving van de Zulte op een kaart uit die uit 1845 stamt. Ook op deze topografische kaart zijn nog bossen te zien (donkergroene vlakken) en heet de Roonder Bitse nu Schipsloot. (Bron kaart: Historisch en Geografisch Informatiesysteem)

Op de volgende kaart vervaardigd door de tekenaar H. Baggelaar van het Kadaster ten behoeve van de schatting van percelen voor de herziening van de belastbare opbrengst van ongebouwde eigendommen, lijkt er maar weinig veranderd op de Körtakkers. Waarschijnlijk is het overgrote gedeelte gewoon van de kaart 1832 overgenomen. De nieuwe kaarten moesten worden gemaakt en dit kwam door een herziening van de belastbare opbrengst der ongebouwde eigendommen (wet van 25 april 1879, Staatsblad no. 89).

De Körtakkers op een zogenaamde schattingskaart vervaardigd door de tekenaars van het Kadaster ten behoeve van de schatting van percelen voor de herziening van de belastbare opbrengst van ongebouwde eigendommen. De kaart geeft waarschijnlijk de situatie tussen 1860 en 1880 weer. De tekenaar was destijds H. Baggelaar. (Bron: Drents Archief)

Aan het begin van de twintigste eeuw werden oude zandwegen zoals de huidige Zulthereschweg belangrijker en ontstond er langs deze zandwegen woningbouw. Vooral de drie markante woningen aan een zandpad die nu een weg is en de Hulst heet, zijn nog steeds duidelijk aanwezig en vormen een ideaal markeringspunt in het onderzoeken van het gebied op de voormalige Zulteresch. Dit is goed op de onderstaande foto te zien.

De drie huizen van respectievelijk Ruiter, van Zanten en Siegers (van links naar rechts) aan de huidige de Hulst rond 1959/1960. Onderaan de foto zijn nog de bouwlanden van de Körtakkers zichtbaar. (Bron: Drents Archief)

Vanaf de jaren vijftig in de twintigste eeuw neemt de woningbouw grote sprongen en verdwijnen de bouwlanden op de Körtakkers in een gestaag tempo. De Kadastrale kaarten werden door de ambtenaren van de gemeente gebruikt om de nieuwe woningen in te tekenen en heetten nu Netteplan.

Het gebied waar zich de Körtakkers bevonden op een Netteplan die van oorsprong uit mei 1879 stamt en waarin later aanpassingen zijn aangebracht toen in de jaren vijftig van de vorige eeuw de woningbouw hier toenam. (Bron: Drents Archief)

Op 17 mei 1958 verschijnt er een artikel in het Nieuwsblad van het Noorden dat er 42 koopwoningen aan de Zulteresweg gebouwd gaan worden door de firma N.V. Drebo, het aannemersbedrijf dat dezelfde directie heeft als de N.V. Jarino uit Roden. De architect van de woningen is de heer D. Lautenbach uit Leek. Zo verschijnen er in 1959/1958 dus 42 huizen in drie hofjes aan de huidige Zulthereschweg.

De bouw van de woningen aan de Acacialaan en de Lindelaan in de Bomenbuurt van Roden aan het begin van de jaren zestig. (Bron: Drents Archief)

Enkele jaren komen wij in het Nieuwsblad van het Noorden van 13 april 1963 een opmerkelijke advertentie tegen van de eerder genoemde Roner bouwfirma Jarino: “DE 1000Ste IN RODEN. Vandaag is de DUIZENDSTE na de oorlog in Roden gebouwde woning aan de LINDELAAN no. 50 officieel geopend. Wij nodigen u gaarne uit voor een gratis bezichtiging tussen 16 april en 10 mei aanstaande. Architect: D Lautenbach, Leek. Woninginrichting: Rijpma, Roden. Electriciteit: Gebr. Bijlsma, Rottevalle. Benewgas: Smeding, Sebaldeburen. Complete bouw: Jarino-Roden Telefoon 05908 – 9233 ’s avonds 05945 – 2474, 05908 – 9273

De 1000ste woning in Roden na de oorlog gebouwd. (Bron: Nieuwsblad van het Noorden van 13 april 1963, blad 21.)

Het is een drukte van belang op de Zulteresch tijdens de jaren zestig van de twintigste eeuw. Huizen en wegen schieten als paddenstoelen uit de grond. Zijn de huizen aan het begin van de jaren 60 nog van een degelijke kwaliteit, na 1966 worden er op de plaats waar de Körtakkers eens lag, goedkope woningen geplaatst die meer weg hadden van bouwpakketten dan van huizen; de zogenaamde Hako-woningen.

De woningen aan de Lindelaan op een oude ansichtkaart. (Bron: Lautenbach.name)

Aan het einde van de jaren zestig was er nog maar weinig over van de oorspronkelijke Zulteresch en de daarop gelegen Körtakkers. Het gebied ten noorden van de voormalige bouwlanden bleef nog jaren gespaard en was tot aan de aanleg van de rondweg Noordholt en het woonboulevard Westeresch een baken van de oude landbouw die hier had plaatsgevonden.

Rond de tijd dat de huizen aan Acacialaan en de Lindelaan werden gebouwd, stonden er ook al woningen aan de Esdoornstraat. (Bron: Drents Archief)

Het is pas de laatste jaren dat er bij bijvoorbeeld het bouwen van een huis etc. naar archeologische sporen worden gezocht in de ondergrond. Niet dat ik de ik een illusie dat men destijds bij het bouwen op de plaats van de Körtakkers iets zou hebben gevonden. Maar het idee dat er wellicht heel oude sporen uit de prehistorie van bewerkte akkers naar boven waren gekomen houdt mij wel stiekem bezig.

Het Netteplan met de titel Roden I 7 van 27 januari 1987 met de bebouwing op de plaats waar in het verleden de Körtakkers lagen. (Bron: Drents Archief)