Blaauwverwerij in de Zulte 38.

Aan het einde van het jaar 1856 verschijnt er in de Provinciale Drentsche en Asser courant van woensdag 10 december een advertentie van ene Cornelis Klaassens Hofsteenge, die ter zijner tijd een boerenbehuizing te koop zal gaan aanbieden. De dan 37-jarige Hofsteenge doet er in de advertentie uitvoerig verslag van dat het huis in het verleden diende als een blaauwverwerij en daarvoor nog steeds zeer geschikt is. Daarnaast beschikt het huis over drie kamers, hofgrond, bouwland en enige percelen hooiland met een venige onderlaag. Waarschijnlijk is de term ‘in het verleden’ redelijk betrekkelijk als het over de werkplaats voor het blauwverven gaat. Eerder dat jaar, op zondag 27 april 1856, wordt zijn zoon Klaas Hofsteenge geboren en bij het invullen van de persoonsgegevens, geeft Cornelis aan dat hij stoffenverver van beroep is. Dus het is zeer aannemelijk dat de beste man recentelijk gestopt was met het verven van stoffen en kleding in de werkplaats.

De advertentie zoals deze in 1856 in de Provinciale Drentsche en Asser courant verscheen. De voormalig stoffenverver uit de Zulte geeft aan voornemens te zijn om zijn woning te gaan verkopen (bron: Provinciale Drentsche en Asser courant, 33e jaargang, nummer 99, woensdag 10 december 1856, 3e blad).

Het huis dat in het jaar 1832 nog in het bezit was van de Kindren van Floris Aukema, was in de latere jaren in het bezit gekomen van Cornelis Klaassens Hofsteenge, die toen nog het vak van riet- en strodekker bekleedde. De op donderdag 24 juni 1819 geboren zoon van de tapper Klaas Hofsteenge en zijn vrouw Angenietje Reinders trad op zaterdag 5 december 1845 in het huwelijk met de 25-jarige uit Peize afkomstige Jantien Jans Melkman, die weduwe was van Harm Hindriks Sietsema. Het huwelijksfeest zal ongetwijfeld op het adres Zuideinde 147 te Roden plaats hebben gevonden, daar waar de tapper Klaas Hofsteenge woonde. Tegenwoordig heeft het pand het huisnummer Brink 20.

De percelen E-346 (huis en erf) en E-347 (tuin) op de Kadastrale kaart van 1832. Op het eerste perceel bevond zich dus de tapperij van kastelein Claas Hofsteenge aan het Zuideinde in Roden. In dit pand zullen de feestelijkheden van het huwelijk tussen Cornelis Klaassens Hofsteenge en Jantien Jans Melkman ongetwijfeld hebben plaatsgevonden (Kaart 1832Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort).

In het jaar 1856 woonde Cornelis Klaassens, destijds ook wel als Klasens geschreven, dus met zijn vrouw Jantien Jans Melkman en hun vier kinderen dochter Angenietje Cornelis (1847), zoon Jan Cornelis (1851), dochter Aaltien Cornelis (1853) en de in april van dat jaar geboren zoon Klaas Cornelis, in het huis in het voormalig esgehucht de Zulte met het nummer 38. Daarnaast verbleef ook de dochter uit Jantien Jans haar eerste huwelijk, de in 1845 geboren Harmanna Harms Sietsema en de 23-jarige boerenknecht Evert Jans Wold.

Op het perceel I-170 op de Kadastrale kaart uit 1832 komen wij het huis tegen, waarin later de familie Hofsteenge kwam te wonen. De grote boerderij die naast de woning staat, was destijds in het bezit van landbouwer Jacob Jans Sinninge (Kaart 1832Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort).

Toen het gezin hier kwam te wonen werkte Cornelis Klaassens dus nog als een dakdekker en voorzag dus gebouwen van een dakbedekking van riet of stro. Een oude omschrijving zegt: “De rietdekker is een ambachtsman, wiens werk het is huizen, boerderijen, hooibergen en molens met riet te dekken. Het dakspan word hierbij bedekt met rieten schoven, die vervolgens door den Rietdekker glad aangeslagen…worden. Het riet (en ook stro) wordt hierbij met een twijg of teen, de derwisch aan de dakroeden gebonden. De strodekker dekt huizen met stro. Per vierkante meter strodak heeft men daarvan twaalf kilogram nodig.1

De samenstelling van de acht bewoners in het huis met het nummer Zulte 38 aan het einde van het jaar 1856 (bron: Drents Archief, Bevolkingsregister Deel 1, 1852-1862, archiefnummer 2001.21, inventarisnummer 3 Gemeente: Roden).

Later in de jaren vijftig van de negentiende eeuw blijkt Cornelis Klaassens zijn ambacht van riet- en stroodekker ingeruild te hebben voor het beroep van stoffenverver. Hij ging dus stoffen verven, door bijvoorbeeld met een oplossing waarin de kleurstof indigo zat en het stof een blauwe kleur kreeg. Voor veel mensen was het in die tijd veel goedkoper hun kleren te laten verven, dan dat zij nieuwe kleren moesten kopen. In het Statistisch jaarboekje voor het Koningrijk der Nederlanden, dat de welvaart en de industriële ontwikkelen in ons land in de gaten hield, merkt op dat: “In Drenthe telde men rond het jaar 1854 nog vijf blaauwverwerijen in de provincie, twee in Assen en de andere drie bevonden zich in Dalen, Dwingelo en Roden.2 Zo werd ook de Ter Heilster pannenfabriek genoemd: “Van de vier steenbakkerijen in Drenthe hebben ééne te Ter Heil, gemeente Roden, tevens pannenbakkerij, en ééne te Emmen niet gewerkt. De beide overige werkten met 8 mannen en 2 jongens, de eersten tegen f 1, de laatsten tegen f 0.90 daags.2

De advertentie van de publieke verkoping van het huis en de landerijen van Cornelis Klaassens Hofsteenge gelegen in de Zulte en gehouden in de kroeg van Harm Schuring. Deze advertentie verscheen een week later nogmaals in de Provinciale Drentsche en Asser courant van zaterdag 3 januari 1857 (bron: Provinciale Drentsche en Asser courant, 33e jaargang, nummer 104, zaturdag 27 december 1856, 4e blad).

Aan het einde van de maand december in het jaar 1856 hakt Cornelis Klaassens de knoop door en kan notaris Herman Hubert van Lier uit Assen aan de slag om het een en ander gereed te maken voor de verkoping, die plaats zal vinden in de herberg van Harm Schuring in Roden. Deze bevond zich destijds ongeveer op de plaats waar nu de ‘Pompstee’ staat. Op zaterdag 27 december staat de advertentie in de Provinciale Drentsche en Asser courant en kan een ieder die belangstelling toont voor de woning en de landerijen, op dinsdag 6 januari 1857 dus zijn bod uitbrengen in de kroeg van Schuring.

Uiteindelijk wordt de hele handel verkocht en vertrekken Cornelis Klaassens Hofsteenge en Jantien Jans Melkman in de maand mei van het jaar 1857 naar Zevenhuizen in de gemeente Leek. Hofsteenge is zijn vorige beroepen blijkbaar beu en gaat op 37-jarige leeftijd een compleet nieuwe uitdaging aan: Landbouwer. Dat het in Zevenhuizen vruchtbaar is voor het echtpaar blijkt wel, dochter Egbertje ziet op dinsdag 19 april 1859 voor het eerst het licht en dan volgt zoon Kornelis op vrijdag 3 januari 1862.

Op de kadastrale kaart uit het jaar 1887 is goed te zien dat de kapitale boerderij naast het voormalig huis van Cornelis Klaassens Hofsteenge is verdwenen en plaats heeft gemaakt voor een kleiner gebouw (Bron: Drents Archief).

En toch kan Cornelis het ware beroep niet vinden en komen wij de oud Roner in het jaar 1865 weer tegen. Nu woont hij met zijn gezin in de Grootegast, waar hij nu werkt als vleeshouwer en daar wordt een levenloos kind geboren op woensdag 25 oktober 1865. Vijf jaren later duikt Cornelis weer op, maar deze keer in Oldekerk waar hij nu als slager werkt. Echter het zit Cornelis en Jantje weer niet mee en op zaterdag 3 december 1870 komt hun 19-jarige in Roden geboren zoon aldaar te overlijden. Uiteindelijk sluit Cornelis in het jaar 1885, 66 jaar oud, zijn ogen voor het laatst en Jantje volgt haar echtgenoot elf jaren later in 1895 op 75-jarige leeftijd.

De situatie op de plaats waar eens de blaauwverwerij van Cornelis Klaassens Hofsteenge en zijn Jantje gestaan heeft in het midden van de jaren zestig van de twintigste eeuw. De originele kaart stamt uit het einde van de negentiende eeuw en werd later gebruikt door de ambtenaren van de gemeente Roden om de vorderende woningbouw binnen het dorp in kaart te brengen. Het betreft hier op de kaart de plaats waar tegenwoordig het Wethouder Deodatusplantsoen ligt (Bron: Drents Archief).

Bijna een jaar later besluit ook Cornelis Klaassens zijn vader, Klaas Cornelis Hofsteenge,  het bijltje er bij neer te gooien en zet zijn huis aan het Zuideinde in Roden te koop. Na het verlies van zijn vrouw op zondag 24 december 1848 en het vertrek van Cornelis en Jantje naar Zevenhuizen, zet nu Klaas Cornelis notaris Herman Hubert van Lier aan het werk. Op dinsdag 24 december 1857 verschijnt er in Provinciale Drentsche en Asser courant op het derde blad een advertentie met het voorgenomen verkoop van de woning, welke plaats zal hebben op vrijdag 4 december 1857 bij Harm Schuring. Je zou haast iets gaan vermoeden dat er een link tussen de familie Hofsteenge en de maand december bestaat. Klaas Cornelis Hofsteenge sluit voor altijd zijn ogen in Roden op zondag 17 september 1865.

Voor Klaas Hofsteenge was het in het jaar 1857 welletjes en ook hij besloot zijn herberg te verkopen. Zijn vrouw Angenietje Reinders was negen jaren eerder op zondag 24 december 1848 overleden en nu dat Cornelis en Jantje waren verhuisd, zal de lol er wel voor Klaas zijn afgegaan (bron: Provinciale Drentsche en Asser courant, 34e jaargang, nummer 141, dingsdag 24 november 1857, 3e blad).

Toen Cornelis Klaassens naar Zevenhuizen in de gemeente Leek was vertrokken, verkocht hij de woning in maart 1857 in de Zulte aan de op zondag 20 juni 1813 te Eelde geboren Aleph Dekker, ook wel Alef genoemd. Dekker was net zoals Hofsteenge verver van beroep, dus deze locatie die geschikt was voor de ververij kwam als geroepen. Samen met zijn tweede vrouw, de op donderdag 13 september 1832 in Peize geboren Diena Alberts Talens betrekken zij in het jaar 1859 het huis. Op vrijdag 24 augustus 1860 wordt hier hun dochter Gerritdina Dekker geboren. In oktober dat jaar trekt de in 1787 te Groningen geboren en gepensioneerde Frederik Noordbergen bij het gezin Dekker. Aleph Dekker blijft tot aan zijn dood op maandag 15 januari 1894 in de Zulte zich verver noemen.

Het gezin van de Aleph Dekker in het huis met het nummer Zulte 38 rond het jaar 1862. De gepensioneerde Frederik Noordbergen vertrok later naar Peize (bron: Drents Archief, Bevolkingsregister Deel 1, 1852-1862, archiefnummer 2001.21, inventarisnummer 3 Gemeente: Roden).

Zoals op veel plaatsen binnen het huidige dorp Roden het geval is, zijn de sporen van de oude bewoning compleet verdwenen en zijn er enkel oude kaarten en archiefstukken die ons nog op de rijke geschiedenis van de vele gebieden kunnen wijzen. Tegenwoordig staan er ook huizen op de plaats waar eens de blaauwverwerij zich bevond en er door Cornelis Klaassens Hofsteenge en later Aleph Dekker kledingstukken werden geverfd.

De rode pijl wijst de plaats aan op een luchtfoto uit 2019 waar eens het huis van Cornelis Klaassens Hofsteenge heeft gestaan. Tegenwoordig bevinden twee woningen op de plaats van de voormalige blauwververij: Molenberg 12 en Wethouder Deodatusplantsoen 33 t/m 33 A (Afbeelding: Topotijdreis.nl).

1 Ambachten, beroepen en functies van toen

2 Statistisch jaarboekje voor het Koningrijk der Nederlanden. Vierde jaargang. Uitgegeven door het Departement van Binnenlandsche zaken. Te ’s Gravenhage, bij van Weelden & Mingelen en bij hunne correspondenten. 1854.

Zulte 37; Sinninges in de Zulte.

Op dinsdag 29 april 1845 verschijnt er in de Groninger courant, het algemeen dagblad voor de stad Groningen en Ommelanden dat inmiddels in zijn 104e jaargang zit, een oproep van de uit Norg afkomstige notaris Mr. Nicolaas Wilhelm Schroeder Hofstede tegen, die hij een dag eerder had opgesteld in zijn kantoor. Mr. Hofstede verzoekt een ieder die nog iets te vorderen heeft of verschuldigd is aan de wijlen Jacob Jans Sinninge en Janke Piers Holtrop, binnen een maand de opgave van de schulden of de betaling van het verschuldigde te doen bij zijn kantoor in Norg. Dit dient echter wel op de maandagen te gebeuren, daar de notaris dan in zijn kantoor zal vaceren (zitting houden) om vervolgens na die periode tot Likwidatie (liquidatie) te kunnen overgaan.

De oproep die notaris Mr. Nicolaas Wilhelm Schroeder Hofstede in de Groninger Courant van dingsdag 29 april 1845 doet. Destijds schreef men nog ‘dingsdag’ in plaats van ‘dinsdag’ zoals wij dat heden ten dage doen. (Bron: Groninger Courant, 29 april 1845, vierde blad, te Groningen bij C. M. Bolhuis Hoitsema, Boekdrukker).

Het betreft hier de op vrijdag 11 april 1845 overleden landbouwer Jacob Jans Sinninge die samen met zijn vrouw Janke Piers Holtrop in de Zulte op de boerderij met het huisnummer 37 woonde. Naar alle waarschijnlijkheid was Jacob Jans samen met zijn broers en zuster Steven Jans, Geert Jans, Jantien Jans en Hinderk Jans gemeenschappelijke eigenaren van het pand geworden nadat aan hun ouders Jan Jacobs en Grietjen Geerts in respectievelijk 1809 (moeder) en 1810 (vader) waren overleden. Dit impliceert ook waarom de notaris Hofstede het over de ‘Mandeeligen Boedel’ heeft. Mandeligheid ontstaat, wanneer een onroerende zaak gemeenschappelijk eigendom is van de eigenaars van twee of meer erven en door hen tot gemeenschappelijk nut van die erven wordt bestemd. Mandeligheid impliceert dus ook gemeenschappelijk eigendom.

De grote boerderij waar Jacob Jans Sinninge en zijn vrouw Janke Piers Holtrop woonde in de Zulte. Voor Jacob Jans woonden zijn ouders Jan Jacobs en Grietjen Geerts in de kapitale boerderij. (Kaart 1832Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort)

Na de volkstelling van 1840 verblijven er in het huis dat dus het huisnummer Zulte 37 draagt en kadastraal ingedragen stond als Roden I-166, huis en erf, vijf personen. Het echtpaar dat kinderloos was gebleven, Jacob Jans was 50 jaar en Janke Piers 44 bij hun huwelijk, maar had de zorg op hun genomen voor de toen twaalfjarige Wieger Hindriks Holtrup. Zoals het wel vaker in die tijd gebeurde, was de naam van Wieger Hendriks Holtrop dus net even anders geschreven dan het hoorde. De jongen was het jongste kind van Janke Piers haar broer Hendrik Piers Holtrop en zijn vrouw Lutske Derks Hummel. Het kind was op donderdag 1 februari 1827 in Marum geboren, zeven maanden voor het overlijden van de 54-jarige Hendrik Piers op dinsdag 11 september 1827, eveneens te Marum. Naast Jacob Jans, Janke Piers en Wieger Hendriks woonden de boerenknecht Fokke Louwes Hummel en de dienstmeid Annechien Hindriks Warners eveneens in het huis.

De vermelding van Jacob Jans Sinninge, Janke Piers Holtrop, Fokke Louwes Hummel, Annechien Hindriks Warners en Wieger Hindriks Holtrup tijdens de volkstelling uit 1840. (Bron: Drents Archief. Roden, Volkstelling, 1840 (toeg. 2001.21; nr. 2)).

Zo’n anderhalf jaar later, in november van het jaar 1846, plaatst notaris Mr. Nicolaas Wilhelm Schroeder Hofstede zowel in de Drentsche Courant als in de Groninger Courant namens de erven van Jacob Jans Sinninge, een advertentie met de mededeling dat zij voornemens zijn om de boerenplaats en de bijbehorende landerijen te gaan verkopen. De boerenplaats bestond destijds uit een grote boerderij, een erf en een bijbehorende boomgaard. Op de kadastrale kaart uit 1832 is duidelijk te zien dat het inderdaad een fors gebouw is dat dienst deed als boerderij. Op de kadastrale kaart die uit het jaar 1887 stamt, is de kapitale boerderij verdwenen en staat er nu een veel kleiner gebouw. Een deel van de landerijen waaronder opgaand bos, tuin, bouw- en weilanden bevonden zich in de directe omgeving van het erf.

De advertentie in de Drentsche courant van vrijdag 6 november 1846, waarin kenbaar wordt gemaakt dat de boerenplaats, de bouw-, hooi- en weilanden, bossen en heidegronden van wijlen Jacob Jans Sinninge door de erven te koop worden aangeboden. (Bron: Drentsche Courant, 6 november 1846, vierde blad, te Assen, bij van Gorcum en Comp., Provinciale Drukkers).

De inzate (inzet bij een verkoping van onroerend goed) vond op woensdag 18 november ‘s ochtend om 10 uur plaats in de herberg van Harm Schuring in Roden, ongeveer op de plaats waar nu de ‘Pompstee’ staat. Harm Schuring was naast logementhouder ook de schoonzoon van Berendje Voget, de weduwe van Thyle Geerts Krijthe, die eveneens logementhouder tijdens zijn leven was geweest. Daarnaast was de beste man ook nog eens een bierbrouwer geweest. Maar goed, terug naar Harm Schuring die door zijn huwelijk met Margaretha van Baden Krijthe en na het overlijden van Berendje eigenaar van het pand was geworden. Het wrange aan het geheel was dat zijn vrouw Margaretha een half jaar voor de verkoping, op vrijdag 15 mei 1846, was overleden.

De advertentie van de notaris Hofstede die dinsdag 10 november 1846 in de Groninger Courant verscheen. (Bron: Groninger Courant, 10 november 1846, vierde blad, te Groningen bij C. M. Bolhuis Hoitsema, Boekdrukker).

De omgeving van het voormalig esgehucht de Zulte zag er rond het midden van de jaren veertig tijdens de negentiende eeuw er heel anders uit dan heden ten dage. Veel van de bossen, bouw-, hooi-, weide- en heidegronden zijn inmiddels verdwenen en hebben plaatsgemaakt voor woningbouw. Het bosje aan de Postemastraat is slechts een van de weinige overblijfselen die eens tot het bezit van Jacob Jans Sinninge behoorde. Vermoedelijk zijn vrijwel alle 25 bunders aan landerijen verkocht tijdens de verkoping. De meeste kopers zullen doorgaans landbouwers uit de omgeving van het dorp Roden zijn geweest die de kans schoon zagen om hun bezittingen uit te kunnen breiden.

Op de kadastrale kaart uit het jaar 1887 is goed te zien dat de kapitale boerderij is verdwenen en plaats heeft gemaakt voor een kleiner gebouw. (Bron: Drents Archief).

Niet alle gronden die Jacob Jans in de Zulte gebruikte, konden verkocht worden. Immers, de beste man had een verbond met zijn broers en zuster, waarbij de geërfde goederen en landerijen bij hen in gezamenlijk bezit kwamen, deelgenoten dus. Consorten van Jacob Jans werden zij in de kadastrale stukken uit 1832 genoemd. Het kan ook zo geweest zijn dat er onenigheid tussen de consorten was ontstaan over het verkopen of juist de prijs, we weten het niet. Feit is wel dat niet alle percelen bij de verkoping verkocht zijn.

De situatie op de plaats waar eens de kapitale boerderij van Jacob Jans Sinninge gestaan heeft in het midden van de jaren zestig van de vorige eeuw. De originele kaart stamt uit het einde van de negentiende eeuw en werd later gebruikt door de ambtenaren om de vorderende woningbouw binnen het dorp in kaart te brengen. Het betreft hier op de kaart de plaats waar tegenwoordig het Wethouder Deodatusplantsoen ligt. (Bron: Drents Archief).

Wat de reden tot verkoop was, blijft voor mij onbekend. Waarschijnlijk kon men geen opvolger vinden binnen de familie die het bedrijf over wilde nemen of de opbrengsten waren te verleidelijk om te weerstaan, het blijft speculeren. Wat de reden tot verkoop was, blijft voor mij onbekend. Wel is duidelijk dat de vrouw van Jacob Jans, de op zondag 11 mei 1777 te Marum geboren Janke Piers Holtrop en waarmee hij op vrijdag 10 mei 1822 in het huwelijk trad, na zijn overlijden weer terugkeerde naar haar geboorteplaats, het Groningse Marum. Op woensdag 24 november 1847 sloot de weduwe daar haar ogen voor de laatste maal, zeventig jaar oud.

De boerderij van Steven Jans Sinninge en Roelfien Eitens Oosterhof op de kadastrale kaart uit 1832.Voor dat dit gezin er kwam wonen, woonden Eyte Alberts Oosterhof en Jantjen Datema hier. (Kaart 1832Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort).

Dat Jacob Jans Sinninge als boer en eigenaar de boerderij van zijn ouders overnam was destijds heel gewoon. Doorgaans nam de oudste zoon het bedrijf van de ouders over en de andere zonen moesten maar een andere plaats gaan zoeken om verder te kunnen boeren. Zo verging het ook de jongere broer van Jacob Jans, Steven Jans Sinninge. De in 1776 in de Zulte geboren Steven Jans trouwde op zondag 8 mei 1803 in de kerk van Roden met de in 1782 te Leutingewolde geboren Roelfien Eitens Oosterhof, dochter van Eite (Eyte) Alberts Oosterhof en Jantjen Datema. Steven Jans en Roelfien Eitens betrokken de boerderij van haar ouders in Leutingewolde, dat het nummer 96 droeg.

Bleef het huwelijk van Jacob Jans en Janke Piers nog kinderloos en moest men zijn boerderij gaan verkopen omdat er waarschijnlijk geen opvolger was, bij Steven Jans en Roelfien Eitens Speelde dit probleem in het geheel niet en het echtpaar kreeg maar liefst negen kinderen samen. De opvolging van het bedrijf binnen de familie bleek gewaarborgd te zijn en hun vijfde kind, zoon Jacob Stevens Sinninge, die op zaterdag 15 mei 1813 geboren was in Leutingewolde, werd in het jaar 1860 de hoofdbewoner van het pand.

De familie Sinninge uit Leutingewolde werden foutief vermeld als Sinninga tijdens de volkstelling van 1840. Ook de broer van Roelfien Eitens, Albert Eites Oosterhof, woonde bij het gezin Sinninge in. (Bron: Drents Archief. Roden, Volkstelling, 1840 (toeg. 2001.21; nr. 2))

Zesentwintig jaar eerder, op dinsdag 11 februari in het jaar 1834, verwisselde Steven Jans Sinninge op 58-jarige leeftijd het tijdelijke met het eeuwige leven en moest Roelfien Eitens Oosterhof het alleen zien te redden. Wanneer wij de documenten van de volkstelling van 1840 binnen de gemeente Roden erbij pakken, valt het op dat Roelfien haar vrijgezelle broer inwonend is. Albert Eites Oosterhof was vier jaar jonger dan zijn zuster en werd geboren op woensdag 1 maart 1786 te Roden geboren. Hij werkte voorheen als boerenknecht in Roderwolde en woonde eveneens in dat dorp bij de Rowolmer bakker Jan Sikkens Datema in het huis met het nummer 24. Na het overlijden van zijn zwager Steven Jans zal Albert Eites wellicht een deel van zijn taken hebben overgenomen. Zelf komt Albert Eites op dinsdag 27 januari 1845 eveneens op 58-jarige leeftijd in Leutingewolde te overlijden.

Het is in het jaar 1848 als we weer iets van de familie Sinninge uit Leutingewolde vernemen. Het is alweer twee jaar geleden dat men de boedel van de overleden Jacob Jans gelegen in de Zulte in de kroeg van Harm Schuring in Roden heeft geprobeerd te verkopen en ondanks dat Steven Jans dit alles niet mee hoefde te maken, zal de dan al 66-jarige Roelfien Eitens de touwtjes bij het gebeuren strak in de handen hebben gehad. Het is ook goed voor te stellen dat de weduwe inmiddels genoeg heeft gekregen van het zware boerenleven en het rustiger aan wil gaan doen.

De advertentie van notaris van Lier in de Drentsche Courant waar hij aankondigt dat er een boeldag ten huize van de weduwe van Steven Jans Sinninge. (Bron: Drentsche Courant, 17 maart 1848, vierde blad, te Assen, bij van Gorcum en Comp., Provinciale Drukkers).

Nu heeft de in Assen woonachtige notaris Herman Hubert van Lier te Assen (Kaap de Goede Hoop, donderdag 9 augustus 1792 – Assen, zondag 8 maart 1863) de opdracht gekregen van de weduwe en de erven van Steven Jans een boeldag te organiseren om het een en ander te verkopen. De zeer ervaren notaris gaat direct aan de slag en plaatst in de Drentsche courant van vrijdag 17 maart 1848 een advertentie met de aankondiging van de te houden boeldag. Het is echter niet de bedoeling om het huis, maar meer om het vee, 4 paarden, 21 stuks hoornvee en twee varkens, 2 wagens, boerengereedschap, melkgereedschap en allerlei huisraad te verkopen. De boeldag wordt op de woensdag 22 maart gehouden bij de boerderij ‘s ochtends om tien uur.

Ruim een maand later klopt notaris van Lier nogmaals bij de Drentsche Courant op de deur van redactie met een nieuwe advertentie van de weduwe en de erven van wijlen Steven Jans Sinninge. Nu zijn zij voornemens om de boerenplaats, bestaande uit een behuizinge, en bouw-, weide- en hooilanden, veld en veen en enige grondpachten gelegen in Leutingewolde. Ook wordt er vermelding gemaakt van dat er eveneens veld en veen in de markte van Bunde, gemeente Vries. Deze percelen waren eigendom van en werden door de broer Geert Jans Sinninge bewerkt. Geert Jans overleed op donderdag 13 oktober 1842 in het plaatsje Yde binnen de Gemeente Vries. Ook de jongste boer van Jacob Jans, Geert Jans, Stevens Jan en Jantien Jans, broer Hindrik Jans Sinninge, was al op zaterdag 23 juni 1821 in de Zulte overleden, 37 jaar en 7 maand oud.

De advertentie met de vermelding dat de weduwe en erven van Steven Jans Sinninge de boerenplaats, bouw-, weide-, en hooilanden etc. voornemens te zijn om te gaan verkopen. (Bron: Drentsche Courant, 25 april 1848, vierde blad, te Assen, bij van Gorcum en Comp., Provinciale Drukkers).

Blijkbaar drukte de voormalige boerderij en de bijbehorende landerijen van de overleden Jacob Jans toch op het een en ander. In de advertentie staat duidelijk dat “eindelijk huis en land te Zulte, gemeente Roden, vroeger bewoond geweest door wijlen Jacob Jans Sinninge”. Zou het ‘eindelijk’ er mee te maken hebben dat de vrouw van Jacob Jans, de weduwe Janke Piers Holtrop, aan het einde van de maand november in het jaar 1847 kwam te overlijden? En doordat zij wellicht het deel van de mandeligheid van haar man na zijn dood had toegewezen gekregen, de verkoop tegen weten te houden? Het zou wel een hoop over de verkoop van de boerderij in de Zulte kunnen verklaren.

Ondanks het gekrakeel over het verkoop van de boerderij in de Zulte met het huisnummer 37, kan notaris van Lier op maandag 1 mei 1848 des voormiddags (’s ochtends)  te elf uur met de openbare verkoping beginnen. Gezien de stukken in het archief van de notaris in Assen was er volop belangstelling en komen we onder andere namen als Landbouwer Jan Assies te Roden tegen, de koper van de boerderij in Leutingewolde of de Roner broodbakker Roelof Roelofs Deodatus. Daarnaast zijn er een tal van inwoners van Leutingewolde, Lieveren, Roden, Zeijen, en de Zulte aanwezig die ook meedoen aan het kopen van allerlei bezittingen van de familie Sinnige/Oosterhof.

De plaats waar eens de boerderij van Steven Jans en Roelfien Eitens stond, doet heden ten dage dienst als weiland. De woning stond links van de boerderij op de afbeelding. (Afbeelding: Topotijdreis.nl).

Ruim tien jaar later na de openbare verkoping op zaterdag 13 november 1858 komt de weduwe van Steven Jans Sinninge in Leutingewolde te overlijden. De dan 76-jarige voormalige landbouwersche en dochter van Eite Alberts Oosterhof en Jantjen Datema, Roelfien Eitens Oosterhof (ook wel als Roelofje Eitens Oosterhoff beschreven) heeft een zeer bewogen leven achter haar rug wanneer zij voor de laatste maal haar ogen sluit.

Beide boerderijen zijn inmiddels afgebroken, die van Jacob Jans in de Zulte waarschijnlijk in het midden van de negentiende eeuw en die van Steven Jans in Leutingewolde werd in het jaar 1949 afgebroken en is sindsdien weiland. Op de plaats waar Jacob Jans en Janke Piers in de Zulte woonden, staan nu huizen en heet nu het Wethouder Deodatusplantsoen. Dit gedeelte van het toenmalig esgehucht maakt nu deel uit van het dorp Roden.

Luchtfoto van het gedeelte aan de huidige Wethouder Deodatusplantsoen te Roden waar eens de boerderij van Jacob Jans Sinninge en Janke Piers Holtrop woonden. Tegenwoordig staan er vrijstaande woningen.(Afbeelding: Topotijdreis.nl)